ChatGPT weigert sinds eind juli 2026 te voldoen aan opdrachten om teksten te genereren in de specifieke schrijfstijl van bekende auteurs. Gebruikers op Reddit en tech-audits door Ars Technica en No Latency stelden vast dat verzoeken om te schrijven in de stem van bijvoorbeeld Stephen King of Agatha Christie worden geblokkeerd. In plaats van de stijl direct te klonen biedt de chatbot een beleefde herformulering aan. Hij stelt voor om wel generieke sfeerkenmerken over te nemen, maar weigert de naam van de specifieke auteur te hanteren.
Deze ingreep volgt op een server-side update van OpenAI. Andere software reageert anders op zulke opdrachten. Google Gemini en Claude van Anthropic voeren stijlopdrachten vaak nog wel uit met een juridische disclaimer. Diensten zoals Perplexity hanteren soms juist strengere blokkades op auteursnamen.
Een filter aan de oppervlakte
Achter de schermen is het Large Language Model (LLM, een transformer-architectuur die patronen in taal herkent) niet verleerd hoe een specifieke auteur schrijft. De stilistische patronen zitten onveranderd opgeslagen in de neurale netwerken. OpenAI heeft uitsluitend een extra regel- en filterlaag toegevoegd aan de chat-interface. Dit is een politielaag aan de oppervlakte zonder verandering in de kern.
Deze technische aanpak kent duidelijke beperkingen. Gebruikers op schrijversforums ontdekten direct dat de restrictie eenvoudig te omzeilen is. Zodra een gebruiker stilistische eigenschappen expliciet omschrijft zonder de naam van de auteur te noemen, genereert ChatGPT de gewenste stijl alsnog.
De timing van deze maatregel staat in direct verband met de toenemende juridische druk op AI-bedrijven. Schadeclaims van onder meer de Authors Guild en prominente auteurs zoals George R.R. Martin beschuldigen techbedrijven ervan hun boeken zonder toestemming te hebben gebruikt voor modeltraining.
Dekking tegen juridische claims
Volgens het auteursrecht beschermt de wet de concrete expressie van een werk en niet een abstract idee of een schrijfstijl. Een chatbot die op commando met een auteursnaam als snelkoppeling een imitatie uitspuugt, kan door eisers in de rechtszaal gebruikt worden als bewijs van inbreuk. Door de software zo af te stellen dat hij alleen algemene kenmerken aanbiedt, stelt OpenAI dat het product fungeert als inspiratiebron en niet als kopieermachine.
De stap veroorzaakt opschudding onder contentmakers die generatieve AI gebruiken om snel e-books te produceren in de stijl van bekende nicheromans. Zij verliezen de handige hulplijn in hun opdrachten. Deze makers worden nu gedwongen om meer verstand te hebben van literaire technieken om de AI handmatig aan te sturen. Een alternatief is uitwijken naar open-source modellen waar deze restricties ontbreken.
De gedachte dat OpenAI met deze aanpassing primair opkomt voor schrijvers is PR-praat. Het is een berekende strategie om bewijsmateriaal in lopende rechtszaken te minimaliseren. De fundamentele kwestie dat de modellen zijn getraind op miljoenen beschermde boeken zonder vergoeding voor de makers blijft ongemoeid. OpenAI beschermt met deze maatregel niet de auteur, maar shieldt de eigen juridische positie.
