Europa verliest de wereldwijde technologiestrijd door een hopeloos gebrek aan schaalvoordeel en slagkracht. De recente bijeenkomst van Europese technologiespelers in Luxemburg markeert een pijnlijk maar noodzakelijk omslagpunt in het economische denken. Brussel begint eindelijk te begrijpen dat een economische wedstrijd niet wordt gewonnen door enkel de strengste scheidsrechter van de wereld te spelen. Je moet zelf spelers op het veld hebben staan die doelpunten kunnen maken.

De cijfers achter de Europese technologiesector laten al jaren een diepe paradox zien. Terwijl de Verenigde Staten en Azië de ene na de andere techgigant aan de lopende band opschalen, blijft Europa hopeloos hangen in fragmentatie. Het vroege kapitaal voor de startfase van bedrijven (de zogeheten zaaikapitaal en vroege investeringsrondes) is in Europa uitstekend geregeld. Het echte probleem ontstaat pas in de latere groeifases waarin bedrijven tientallen miljoenen nodig hebben. Voor investeringsrondes van 50 tot 100 miljoen euro kijken Europese groeibedrijven bijna automatisch over de Atlantische Oceaan. In maar liefst het merendeel van de gevallen leidt dit tot een uittocht van talent en een direct verlies van zeggenschap over cruciale technologie.

Naast deze kapitaalkloof is de Europese markt hopeloos versnipperd. Opschalen in de Verenigde Staten betekent uitbreiden naar 50 staten met grotendeels dezelfde taal en regelgeving. Opschalen in Europa betekent dat een ondernemer te maken krijgt met 27 verschillende ecosystemen, vennootschapsrechten en fiscale regimes. We moeten daarom stoppen met het pamperen van alweer een nieuwe lichting beginnende bedrijfjes. De focus moet volledig naar de bedrijven die al hebben bewezen dat ze kunnen groeien.

Neem een innovatief groeibedrijf dat vanuit Nederland wil uitbreiden naar Duitsland en Frankrijk. Ondanks de theoretische belofte van de Europese binnenmarkt moet het bedrijf in elk land opnieuw langs dure notarissen, lokale advocaten inhuren voor specifieke arbeidsovereenkomsten en voldoen aan net iets afwijkende vennootschapsregels. Dit kost maanden tijd en tienduizenden euro’s aan frictiekosten (onnodige administratieve uitgaven die de groei vertragen) en dat zijn middelen die niet naar productontwikkeling gaan.

Met het voorgestelde uniforme Europese vennootschapsrecht (het zogeheten 28e regime waarmee bedrijven de lokale bureaucreatie omzeilen) kan een onderneming straks kiezen voor een gestandaardiseerde Europese bedrijfsvorm. Arbeidscontracten, aandelenopties voor personeel en commerciële voorwaarden zijn dan direct overal in Europa gelijk. Expansie binnen Europa wordt hiermee net zo organisch als opschalen van Californië naar Texas.

Hetzelfde geldt voor de financiering van complexe technologie. Een bedrijf dat geavanceerde hardware of quantumcomponenten ontwikkelt heeft na een succesvolle testfase een kapitaalinjectie van bijvoorbeeld 80 miljoen euro nodig om een fabriek te bouwen. In Europa is dit geld bij private investeerders nauwelijks te vinden omdat de fondsen simpelweg te klein zijn. Het bedrijf klopt noodgedwongen aan bij Amerikaanse of Aziatische megafondsen en de prijs die we daarvoor betalen is hoog. Intellectueel eigendom en strategische controle verhuizen direct over de grens.

Met het onlangs gelanceerde Europese groeifonds van 5 miljard euro (een privaat beheerd fonds dat specifiek investeert in de latere groeifases van techbedrijven) stapt Europa direct in dit gat. Dit fonds heeft de financiële vuurkracht om als hoofdinvesteerder op te treden in deze late fases. Hierdoor kunnen Europese technologie-iconen in eigen land doorgroeien, gesteund door Europees institutioneel kapitaal zoals onze eigen pensioenfondsen.

Ook op het gebied van kunstmatige intelligentie en datasoevereiniteit is de afhankelijkheid nu nog schrikbarend groot. Een Europees groeibedrijf dat een medische applicatie bouwt is momenteel gedwongen om gigantische budgetten over te maken aan Amerikaanse cloudreuzen omdat er in Europa historisch gezien onvoldoende rekenkracht beschikbaar was. Dit creëert een gevaarlijke afhankelijkheid van buitenlandse leveranciers en brengt grote complicaties met zich mee rondom de veiligheid van gevoelige medische data.

Door gecoördineerde investeringen in een eigen Europese cloudinfrastructuur en de uitbreiding van Europese supercomputers (zoals het netwerk in Luxemburg) krijgen bedrijven nu een reëel alternatief. Ze kunnen hun modellen trainen en hosten op infrastructuur die volledig onder Europees recht valt. Dit biedt een ijzersterk commercieel verkoopargument richting klanten die privacy en dataveiligheid eisen.

Lange tijd was Europa vooral de continentale wetgever. Met strenge privacywetgeving en regels voor kunstmatige intelligentie zetten we wereldwijd de standaard voor ethiek. Dat is waardevol, maar regeltjes alleen zorgen niet voor banen, economische groei of strategische autonomie. Europa moet transformeren van een continent dat technologie alleen maar reguleert naar een continent dat technologie daadwerkelijk leidt. Digitale en operationele onafhankelijkheid is geen politieke luxe meer, maar een keihard strategisch voordeel. Ondernemers die hun softwareleveranciers en juridische structuur nu al inrichten met het oog op deze Europese verschuiving bouwen aan een toekomstbestendig bedrijf. De winnaars van morgen zijn de groeibedrijven die vandaag al Europees durven te denken.

Ontdek meer van Typify - Het platform voor GEO / AEO & AI Search Optimization.

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder