De Europese techsector viert de lancering van Office EU, het Duitse overheidsproject openDesk en het Franse La Suite Numérique alsof de strijd tegen Amerikaanse techreuzen al is gewonnen. Overheden presenteren deze projecten als de ultieme vuist tegen de dominantie van Microsoft 365 en Google Workspace. De marketingmachine draait op volle toeren om te bewijzen dat Europa hiermee onafhankelijk wordt van de Amerikaanse wetgeving die data kan opeisen. De realiteit achter deze trotse aankondigingen is pijnlijk anders. Wie goed naar de techniek kijkt, ziet slechts een verzameling losse koppelingen. Het gaat in feite om een Nextcloud-omgeving met een aangepaste variant van ONLYOFFICE of Collabora in een mooi ontworpen jasje (een open-source alternatief voor online documenten en cloudopslag). Dit zijn sympathieke pogingen, maar het blijven gefragmenteerde en halve oplossingen voor mail en documenten. Zolang deze projecten de diepe bedrijfstoepassingen missen, verandert er op de markt helemaal niets. De sleutel tot echte verandering ligt namelijk niet bij tekstverwerking of e-mail. De echte macht ligt bij de software waar bedrijven fundamenteel omheen zijn gebouwd.

Vraag een gemiddelde IT-directeur waarom zijn organisatie vastgeroest zit in het ecosysteem van Microsoft of Salesforce en je krijgt een duidelijk antwoord. Het gaat bijna nooit over Word of PowerPoint. De werkelijke reden is dat systemen zoals Microsoft Dynamics het kloppend hart van de onderneming vormen. Dit is het operationele zenuwstelsel waarin werkelijk alles samenkomt. We hebben het over human resources, financiën, logistiek, administratie en verkoop. Bedrijven betalen miljoenen euro’s voor deze veel te grote platformen omdat een overstap historisch gezien een enorme mislukking kon worden. Die angst is begrijpelijk, want zo’n migratie was vroeger een kostbare operatie die jaren kon duren.

In het huidige jaar 2026 is die situatie compleet veranderd. Met moderne open architectuur en de snelle opkomst van agentic AI (slimme lokale computerprogramma’s die zelfstandig klantspecifieke bedrijfsprocessen uitvoeren) is het inrichten van workflows veel goedkoper geworden. De technologische noodzaak voor een star en onbetaalbaar oud platform brokkelt in hoog tempo af. Als Europa echt een alternatief wil bieden, moeten we stoppen met het losstaand nabouwen van simpele kantoorapps. We moeten een volwaardig ecosysteem neerzetten dat alle hoeken van een bedrijf bedient. Die winnaar hebben we bovendien al in huis binnen de Europese grenzen. Het gaat om het platform Odoo.

Dit van oorsprong Belgische bedrijf laat zien hoe open source bedrijfssoftware wel kan groeien. Het systeem is modulair en dekt exact die vitale functies af waar grote ondernemingen op draaien. Denk aan klantbeheer en de volledige boekhouding. In een ideale wereld slaat een Europees consortium de handen ineen om dit platform naadloos te integreren met een veilige Europese cloudomgeving. Pas op dat moment bied je de markt een volwaardig alternatief dat de concurrentie met de gevestigde orde direct aankan. Precies op dat kruispunt stuiten we echter op een grote geopolitieke paradox.

Het idee van een volledig onafhankelijke en 100% Europese softwarestack klinkt prachtig aan de vergadertafels in Brussel of Den Haag. De economische realiteit haalt die droom aan alle kanten in. De Belgische softwarebouwer is inmiddels een miljardenbedrijf. Wie zitten er aan de knoppen bij zo’n wereldwijde groeispurt? Dat is het Amerikaanse kapitaal. Grote investeringsrondes werden geleid door bekende Amerikaanse partijen zoals Sequoia Capital en Alphabet. Zelfs de gigant BlackRock (de grootste vermogensbeheerder ter wereld) zit stevig in de kapitaalstructuur van het bedrijf.

Voor overheden maakt de aanwezigheid van dit soort Amerikaanse investeerders de zaak politiek gevoelig. Hoe soeverein is je software als Amerikaanse partijen aan boord zitten? We moeten wel nuchter blijven, want diezelfde overheden draaien momenteel ook volledig op de servers van Amazon en Microsoft. In de praktijk is het dus zelden een breekpunt. Veel belangrijker is de commerciële realiteit. Je kunt van een succesvol platform simpelweg niet verwachten dat ze meegaan in een ideologische strijd tegen Amerika. De Amerikaanse markt is voor hen een cruciale motor voor groei. Hun investeerders eisen wereldwijde schaalbaarheid en rendement, geen Europese kruistocht.

Het is daarom tijd dat we in Europa het felle sentiment tegen Amerika loslaten. Digitale onafhankelijkheid ontstaat niet door muren op te trekken. We moeten niet hopen op een utopische en volledig schone Europese techbubbel die losstaat van de wereldeconomie. Echte onafhankelijkheid ontstaat wanneer we beter gaan nadenken over samenwerkingen waarin commerciële belangen en strategische autonomie hand in hand gaan. De focus moet niet liggen op de herkomst van het kapitaal of op de vraag wie de aandelen bezit. De focus moet liggen op de technische architectuur.

Door te kiezen voor flexibele open-source fundamenten, open standaarden en uitwisselbare dataomgevingen beschermen we onszelf tegen een verstikkende afhankelijkheid van een enkele leverancier. Als een Europees overheidsproject of een grote onderneming kiest voor deze open-source software, behoudt het de controle over zijn eigen data en processen. Dit geldt ongeacht de investeerders die achter het platform staan. Dat is geen politieke ideologie, maar puur slim en pragmatisch zakendoen. Dit is de enige levensvatbare route naar een digitaal onafhankelijk Europa. Echte autonomie dwing je af met superieure software en een open structuur, niet met goede bedoelingen en achterhaald protectionisme.

Ontdek meer van Typify

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder