De mens is officieel in de minderheid op zijn eigen internet. Volgens de allernieuwste metingen van Cloudflare (een van de grootste netwerkbedrijven die het wereldwijde internetverkeer beveiligen en in goede banen leiden) is de cruciale grens deze week gepasseerd. Maar liefst 57,4 procent van al het digitale verkeer op het web bestaat nu uit geautomatiseerde bots, terwijl het menselijke aandeel is gekrompen tot 42,6 procent. Netwerkexperts hadden deze historische kruising pas eind volgend jaar verwacht, maar de explosieve opkomst van zogeheten agentic AI (slimme softwaresystemen die zelfstandig online opdrachten uitvoeren voor menselijke gebruikers) heeft de boel in een stroomversnelling gebracht. Waar een menselijke surfer op een avond misschien vijf websites bezoekt om een vakantie te vergelijken, stuurt zo’n digitaal hulpje in dezelfde tijd moeiteloos 5.000 verzoeken naar verschillende servers. We kijken hier niet naar de klassieke spamrobots of de bekende zoekmachines die pagina’s indexeren, want die overtreffen ons al meer dan tien jaar. Dit gaat om een actieve verschuiving waarin software het surfgedrag van de mens overneemt. Als je vandaag de dag een vraag stelt aan een slimme chatbot, gaat er achter de schermen een onzichtbaar leger aan digitale spionnen voor jou aan het werk. Jij ziet alleen het antwoord in jouw scherm rollen, maar ondertussen hebben die systemen in een fractie van een seconde tientallen nieuwssites, webwinkels en fora bezocht en leeggehaald. De cijfers laten zien dat deze ontwikkeling niet overal gelijk oploopt. In Noord-Amerika is de situatie het meest extreem, daar is inmiddels al bijna 69 procent van al het internetverkeer afkomstig van software. In Nederland zitten we daar met een stevige 68,8 procent vlak achter. Het wekt de indruk dat we langzaam verdrinken in een digitale spookstad waarin computers vooral met andere computers praten.
Deze verschuiving legt een dieper maatschappelijk probleem bloot dat onze hele online economie op zijn grondvesten doet schudden. Het internet zoals we dat kennen is volledig gebouwd op menselijke aandacht. Bedrijven verdienen hun geld omdat echte mensen naar advertenties kijken, op linkjes klikken en producten kopen. Maar een digitaal softwaresysteem koopt geen nieuwe spijkerbroek en klikt niet uit nieuwsgierigheid op een banner. Het leest puur de kale tekst en de data van een pagina om die vervolgens ergens anders samen te vatten. Dit betekent dat het traditionele verdienmodel van het web (de advertentie-inkomsten gebaseerd op het aantal paginavoorstels) simpelweg onbruikbaar wordt. Waarom zou een adverteerder nog betalen voor ruimte op een website als meer dan de helft van de bezoekers bestaat uit onzichtbare softwareprogramma’s die geen cent kunnen uitgeven? Uit recente onderzoeken van cybersecuritybedrijven blijkt dat het geautomatiseerde verkeer momenteel acht keer sneller groeit dan het menselijke verkeer. De markt raakt vervuild met data die er op papier geweldig uitziet voor de statistieken, maar in de praktijk volkomen waardeloos is. Webwinkels en platforms zien hun bezoekersaantallen door het dak gaan, terwijl de werkelijke verkoop achterblijft. Het zorgt voor een enorme ruis op de lijn en dwingt ons om fundamenteel anders na te denken over de waarde van informatie en de manier waarop we het internet organiseren.
De antropologische impact hiervan op ons dagelijks leven is minstens zo groot. We raken als menselijke gebruikers steeds verder geïsoleerd in een digitale wereld die niet meer voor ons is ontworpen. De bekende theorie van het dode internet (de veronderstelling dat het overgrote deel van de online inhoud en interactie kunstmatig is gegenereerd door algoritmen en netwerken van nepaccounts) is hiermee veranderd van een vergezochte complottheorie in een tastbare realiteit. Sociale media stromen vol met teksten en afbeeldingen die door computers zijn gemaakt, waarna andere computers daar weer automatisch op reageren met reacties en likes. Als mens dwaal je rond in die dynamische stroom van kunstmatige activiteit, in de veronderstelling dat je deelneemt aan een maatschappelijk debat of een gedeelde ervaring. In werkelijkheid reageer je steeds vaker op een zorgvuldig geprogrammeerde illusie. Dat doet iets met ons collectieve psychologische welzijn en ons vertrouwen in de medemens. Het leidt tot een samenleving waarin achterdocht de standaardinstelling wordt. Je vraagt je bij elke scherpe reactie op een nieuwsbericht of bij elk viraal filmpje af of er een echte persoon achter zit, of een algoritme dat is ontworpen om jouw emoties te bespelen en de publieke opinie te sturen.
Deze ontwikkeling dwingt ons tot een nuchtere en pragmatische heroverweging van privacy en online identiteit. De tijd van vrijblijvend en anoniem rondklikken op het web loopt hiermee op zijn laatste benen. Als we willen voorkomen dat het internet onbruikbaar wordt door de overvloed aan kunstmatige ruis, zullen we systemen moeten bouwen die met absolute zekerheid vaststellen of een bezoeker van vlees en bloed is. Dat betekent dat de roep om een digitaal identiteitsbewijs of waterdichte biometrische verificatie (zoals het scannen van een vingerafdruk of gezicht om toegang te krijgen tot bepaalde platforms) snel zal toenemen. Dit schuurt uiteraard direct met onze westerse idealen over privacy en databescherming. Niemand zit te wachten op een overheid of een techreus die jouw paspoort wil zien voordat je een krantenartikel kunt lezen of een reactie kunt achterlaten. Toch is dit het dilemma waar we als moderne samenleving voor staan. We kunnen kiezen voor een volledig open en vrij internet dat onvermijdelijk wordt overspoeld en onbruikbaar gemaakt door miljarden zelfstandige softwaresystemen, of we kiezen voor een strenger gereguleerde digitale leefomgeving waarin de mens weer centraal staat, maar waar je wel telkens jouw digitale identiteitspoortjes moet passeren. Het gezonde middenpad vinden in deze technologische verschuiving is een van de grootste politieke uitdagingen van de komende jaren. We moeten ophouden met het naïef toejuichen van elke technologische vernieuwing als een stap voorwaarts, en de harde economische en sociale realiteit onder ogen zien. Het internet is niet langer een hulpmiddel dat de mens dient, het is een ecosysteem geworden waarin de mens moet vechten om zijn eigen plek te behouden.
