42% van de werknemers die intensief met kunstmatige intelligentie werken, bespaart minimaal 8 uur per week. Dat is een volledige werkdag die zomaar uit de agenda wordt weggestreept. Dit blijkt uit het grote wereldwijde onderzoek van de Boston Consulting Group onder bijna 12.000 werkenden in 14 landen. De adoptiecijfers schieten omhoog, want inmiddels gebruikt 74% van de kantoorwerkers regelmatig slimme software (programma’s die zelfstandig teksten, codes of analyses genereren) op de werkvloer. Maar nu de software daadwerkelijk doet wat de marketingbelofte beloofde, stuiten we op een absurd maatschappelijk probleem. Bedrijven hebben geen flauw idee wat ze met al die overgebleven uren moeten doen. De tijd lekt geruisloos weg in extra administratieve rompslomp, het produceren van nog meer digitale ruis of simpelweg in eerder naar huis gaan. We hebben de technologie in huis gehaald om efficiënter te worden, maar we zijn vergeten hoe we de menselijke waarde die daarbij vrijkomt moeten organiseren.

Het rapport legt een diepe kloof bloot tussen de snelheid van technologische vooruitgang en de traagheid van menselijk management. 76% van de werknemers krijgt nul sturing of richting over hoe zij de gewonnen tijd moeten besteden. Meer dan de helft geeft ronduit toe dat de vrijgekomen uren niet worden gestopt in strategisch werk, betere klantenservice of innovatie. Het idee dat het simpelweg installeren van een slimme assistent op de computer van een medewerker direct zorgt voor een economische impuls is een naïeve misvatting. Als je een werknemer een dag extra geeft zonder de doelen te veranderen, treedt de wet van Parkinson (de psychologische theorie dat werk uitdijt tot het de beschikbare tijd vult) in werking. Mensen gaan meer e-mails sturen, complexere rapporten genereren die niemand leest of nog meer vergaderingen inplannen om de dag vol te maken. De productiviteitswinst is op papier gigantisch, maar in de praktijk volkomen onzichtbaar.

Andere media die de cijfers analyseren trekken dezelfde nuchtere conclusie over deze vreemde situatie. Het vullen van de werkvloer met innovatieve hulpmiddelen lost niets op als de strategie ontbreekt. Volgens de statistieken stijgt de meetbare bedrijfswaarde met 25% wanneer een organisatie bedrijfsprocessen van begin tot eind herontwerpt. Geef je daarentegen alleen toegang tot betere software zonder de workflow (de vaste opeenvolging van taken binnen een team) aan te passen, dan stijgt de waarde met slechts 5%. De focus ligt nu nog veel te veel op de techniek zelf en veel te weinig op de herinrichting van de organisatie. We zien dat de kloof tussen koplopers en achterblijvers hierdoor razendsnel groter wordt. Bedrijven die puur softwarepakketten blijven uitrollen zonder hun bedrijfsmodel te herzien, verspillen miljarden aan licenties voor systemen die medewerkers weliswaar sneller laten werken, maar niet effectiever maken.

Onder het oppervlak van de tijdwinst tekent zich een nog complexer probleem af dat de onderzoekers de vreugdeparadox noemen. 67% van de regelmatige gebruikers ervaart meer plezier in het werk dankzij de digitale hulp, maar tegelijkertijd meldt 41% een hogere cognitieve belasting (de hoeveelheid mentale denkkracht die nodig is om taken te voltooien). Hoe kan iets het werk leuker en tegelijkertijd zwaarder maken. Het antwoord is simpel en confronterend. Bijna de helft van de respondenten geeft aan inmiddels meer tijd te besteden aan het managen, controleren en aansturen van computermodellen dan aan het daadwerkelijke uitvoerende werk. De aard van banen verschuift in recordtempo. Je bent geen schrijver, programmeur of analist meer, je bent de kwaliteitscontroleur van een machine geworden. Dit vergt een heel ander soort alertheid. Het constant screenen van automatisch gegenereerde data op fouten of hallucinaties (ongefundeerde verzinsels van een computermodel) vreet mentale energie. De wittebroodsweken met de nieuwe technologie zijn voor de meeste werknemers na een paar maanden wel voorbij. Zodra de nieuwigheid eraf is, blijft de intense druk over om meer te presteren in minder tijd.

Deze verschuiving raakt de kern van ons mensbeeld op de werkvloer. Tweeënzeventig procent van de ondervraagden ziet dat de vaardigheden die voor hun functie nodig zijn ingrijpend veranderen. De markt vraagt niet langer om mensen die snel teksten kunnen produceren of handmatig data in spreadsheets kloppen. De vraag is nu naar mensen met een scherp kritisch denkvermogen, die de output (de resultaten die de computer aanlevert) kunnen filteren, interpreteren en sturen. Maar slechts zesendertig procent van de werknemers voelt zich hierin voldoende ondersteund door de werkgever met gerichte bijscholing. We laten de gemiddelde kantoormedewerker dus zwemmen in een zee van geavanceerde systemen zonder de navigatietools te bieden. Dit is geen kwestie van onwil bij het personeel. Het is het directe gevolg van een managementlaag die denkt dat een abonnement op een chatbot de hele transformatie dekt.

Ondertussen denderen de technologische ontwikkelingen door en maken bedrijven zich op voor de volgende stap, namelijk de brede integratie van autonome agenten (softwareprogramma’s die zelfstandig beslissingen nemen en takenreeksen uitvoeren zonder menselijke tussenkomst). Dertig procent van de respondenten geeft aan dat deze zelfstandige systemen nu al deel uitmaken van hun dagelijkse werkprocessen. Dat is meer dan een verdubbeling ten opzichte van een jaar geleden. Sterker nog, 60% verwacht dat deze systemen binnen drie jaar meer dan de helft van hun huidige takenpakket volledig zelfstandig kunnen uitvoeren. De snelheid waarmee dit gebeurt is groter dan de snelheid waarmee we onze maatschappelijke en organisatorische structuren kunnen aanpassen. De helft van de organisaties heeft nog geen enkele regel opgesteld over hoe teams moeten functioneren die bestaan uit een mix van mensen en autonome softwaresystemen. Wie is er verantwoordelijk als een systeem een verkeerde beslissing neemt met financiële gevolgen. Wie controleert de ethische kaders van de gemaakte keuzes. We rennen blind achter de technologie aan en hopen dat de spelregels zich onderweg vanzelf wel vormen.

Vanuit een nuchter, humanistisch standpunt moeten we vaststellen dat de huidige discussie over automatisering volledig verkeerd wordt gevoerd. Het debat is gepolariseerd tussen twee uitersten. Aan de ene kant staan de techno-optimisten die geloven dat software alle wereldproblemen oplost en ons een luilekkerland van vrije tijd brengt. Aan de andere kant horen we de doemdenkers die massale werkloosheid en het einde van de menselijke relevantie voorspellen. De realiteit van de werkvloer laat zien dat beide kampen er compleet naast zitten. Er is geen gebrek aan werk en de banen verdwijnen niet zomaar. Er is een gebrek aan richting. Technologie lost de organisatorische onkunde van een bedrijf niet op, het vergroot die onkunde juist uit. Als jouw interne processen voor de komst van software al rommelig en ongestructureerd waren, zorgt de computer er nu alleen voor dat je die rommel acht keer sneller produceert.

De echte winst van de technologische revolutie zit niet in de systemen, maar in de herwaardering van wat ons menselijk maakt. Als een computer binnen een minuut een strategisch rapport kan samenvatten of een basiscode kan schrijven, verliest die specifieke handeling zijn economische waarde. Wat overblijft en juist veel waardevoller wordt, zijn de eigenschappen die een machine niet heeft. Empathie, het bouwen van echte relaties met klanten, moreel oordeelsvermogen, creativiteit buiten de gebaande paden en het vermogen om complexe politieke en maatschappelijke belangen te wegen. Een dag per week overhouden is een fantastisch cadeau, mits je die tijd gebruikt om de kwaliteit van het werk te verhogen in plaats van de kwantiteit te verdubbelen.

Bedrijfsleiders moeten ophouden met sturen op de adoptiegraad van software en moeten beginnen met het herdefiniëren van de menselijke prestatie. De productiviteitsmeter moet op de schop. Zolang we werknemers blijven beoordelen op het aantal uren dat ze achter een scherm zitten of de hoeveelheid documenten die ze opleveren, blijft de tijdwinst die technologie biedt een nutteloos bijproduct. We moeten naar een structuur waarin het resultaat en de menselijke diepgang bepalend zijn. De gewonnen werkdag biedt de unieke kans om de menselijke maat terug te brengen in organisaties die de afgelopen decennia zijn veranderd in kille Excel-sheets. Het is de hoogste tijd om die extra dag niet te laten weglekken in digitale ruis, maar te investeren in de herinrichting van ons werk.

,