Je kent het wel. Je zit aan de keukentafel, je vraagt je iets af en zonder na te denken typ je een paar losse trefwoorden in de zoekbalk. Jarenlang was dit de vaste routine van de mensheid. We lieten Google het zware werk opknappen, klikten op de eerste de beste link en vonden meestal wel wat we zochten. Maar ongemerkt is de vertrouwde zoekmachine veranderd in iets heel anders. Google heeft de klassieke zoekpagina met de traditionele resultatenlijst (de bekende blauwe links met websites die onder elkaar staan) grotendeels ingewisseld voor Gemini. Dit betekent dat je niet langer een lijst met websites krijgt waar je zelf doorheen moet spitten, maar een kant en klaar antwoord dat door kunstmatige intelligentie is gegenereerd.

Voor veel gebruikers voelt dit niet als een vooruitgang, maar als een opdringerige vernieuwing waar ze nooit om hebben gevraagd. De onvrede is zo groot dat een flinke groep internetters de zoekgigant massaal de rug toekeert. Ze stappen over naar alternatieven zoals DuckDuckGo (een zoekmachine die de nadruk legt op privacy en weigert om je zoekgedrag te volgen). Deze concurrent zag onlangs de grootste stroom nieuwe installaties in jaren nadat Google de mogelijkheid om de kunstmatige intelligentie uit te zetten definitief blokkeerde. Mensen willen gewoon hun oude vertrouwde internet terug en geen robot die voorkauwde samenvattingen geeft.

De frustratie komt niet zomaar uit de lucht vallen. Veel zoekopdrachten leveren tegenwoordig ronduit verkeerde of volstrekt nutteloze antwoorden op. De dieperliggende oorzaak is dat we nog steeds op de oude manier zoeken terwijl de machine achter het scherm fundamenteel is veranderd. We stellen vragen die zijn bedoeld voor de oude index, terwijl we nu moeten communiceren alsof we een gesprek voeren met een slimme assistent. Als je vandaag de dag vraagt wie de beste graffiti artiest van Nederland is, krijg je een antwoord dat gebaseerd is op de teksten van mensen die over zichzelf roepen dat ze de beste zijn. De machine filtert niet op werkelijk talent, maar op de hardste schreeuwers.

Het wordt pas echt pijnlijk als je zoekt naar een goede blogschrijver. Google beveelt je direct een legio aan broodschrijvers aan. Dit zijn de tekstschrijvers die via zoekmachineoptimalisatie (het slim inrichten van internetpagina’s zodat ze kunstmatig hoog scoren in de zoekresultaten) jarenlang het web hebben volgeplakt met teksten waarin ze beweren de absolute top te zijn. Als je vervolgens doorklikt naar hun daadwerkelijke werk, valt het resultaat enorm tegen. Je leest zoutloze, dertien in een dozijn stukjes zonder enige bezieling.

Om wel het juiste antwoord te krijgen, moet je tegenwoordig kaders meegeven. Je moet de zoekmachine dwingen om de marketingruis te negeren. Pas als je specifiek vraagt naar uitzonderlijk goede Nederlandse essayisten of columnisten die bekendstaan om hun diepgang, en je expliciet vermeldt dat freelance copywriters en online marketeers buiten beschouwing moeten worden gelaten, gebeurt er iets moois. Als je de zoekopdracht stuurt richting schrijvers wiens werk is gepubliceerd in gerespecteerde kwaliteitskranten of onafhankelijke literaire platforms, filtert de kunstmatige intelligentie de rommel weg en verschijnen de ware uitblinkers van de geschreven pen op je scherm. Google heeft simpelweg veel meer context nodig om tot de kern te komen.

De verschuiving verklaart zich door de techniek onder de motorkap. Traditionele zoekmachines leunen zwaar op geavanceerde systemen zoals PageRank (het oorspronkelijke algoritme van Google dat de autoriteit van een website meet aan de hand van het aantal andere betrouwbare websites dat via een link naar die pagina verwijst). Een modern taalmodel werkt heel anders en kijkt primair naar statistische patronen in tekst. Als duizenden tekstschrijvers en hobbyisten hun eigen websites volproppen met de zin dat zij de beste zijn, dan herkent het computermodel dat patroon. Zodra jij vraagt naar de beste artiest of schrijver, koppelt de machine die begrippen aan elkaar. Het model snapt van zichzelf niet dat dit ongefundeerde zelfpromotie is. Het ziet louter een statistische match op basis van taalpatronen.

Dit brengt ons bij het werkelijke maatschappelijke probleem van het huidige internet. De digitale wereld is de afgelopen tien jaar overspoeld met content die puur is geschreven voor algoritmen en niet voor menselijke consumptie. Omdat de grote taalmodellen zijn getraind op gigantische hoeveelheden tekst die van het internet zijn geschraapt, zit al deze marketingpulp diep in het geheugen van de systemen gebakken. Een graffiti artiest houden zich over het algemeen helemaal niet bezig met online marketing of het optimaliseren van hun positie in de zoekmachine. Hun autoriteit leeft in de echte wereld, in documentaires, in fysieke musea of op specifieke discussiefora. Daardoor raken ze digitaal ondergesneeuwd door de actieve praters die de systemen weten te bespelen.

Google bevindt zich in een lastige spagaat. De zoekgigant moet wel meegaan in deze technologische race om relevant te blijven. Als ze niets hadden gedaan, waren ze hun gebruikers alsnog kwijtgeraakt aan innovatieve concurrenten zoals ChatGPT of Perplexity AI (een zoekmachine die direct antwoord geeft met bronvermeldingen). Door alle vervuiling met marketingteksten was de traditionele zoekmachine eigenlijk al langer geen zuivere bron van informatie meer. De oude methode was simpelweg aan haar eigen succes ten onder gegaan. Google had dus geen keuze en moest wel overstappen op kunstmatige intelligentie om de controle over de informatiestroom te behouden.

Achter de schermen wordt er nu hard gewerkt aan de oplossing van deze opstartproblemen. Google zet vol in op een techniek die we aanduiden als retrieval augmented generation (een methode waarbij het taalmodel eerst heel gericht in een database zoekt naar feiten voordat het een antwoord formuleert). Met deze techniek probeert de zoekmachine de kunstmatige intelligentie versneld te zuiveren van alle manipulaties en trucjes van websites. Het doel is om de commerciële ruis van internetpagina’s te strippen, zodat de antwoorden op termijn weer eenvoudig, betrouwbaar en direct kunnen worden. Dit is een gigantische operatie die ontzettend veel tijd en rekenkracht kost, maar het is voor het voortbestaan van het bedrijf bittere noodzaak.

Dat ze er bij het hoofdkantoor in Californië alle vertrouwen in hebben dat deze transformatie gaat slagen, blijkt wel uit hun nieuwste financiële plannen. Moederbedrijf Alphabet gaat een gigantisch bedrag ophalen via een enorme aandelenemissie (het uitgeven van nieuwe aandelen op de beurs om kapitaal te verzamelen) waarbij zelfs de investeringsmaatschappij van miljardair Warren Buffett betrokken is. Met deze miljardeninjectie gaan ze de benodigde infrastructuur voor kunstmatige intelligentie, zoals datacentra en gespecialiseerde computerchips, in een hoog tempo verder uitbouwen.

Het internet verandert waar we bij staan en de manier waarop we kennis vergaren verschuift definitief. We moeten simpelweg leren om betere vragen te stellen. De tijd van achteloos een paar trefwoorden in een balkje gooien is voorbij. Als je de robot niet de juiste kaders geeft, krijg je de digitale bagger die de marketeers voor je hebben klaargezet. Neem dus zelf de leiding over je zoekopdrachten, dwing de machine tot diepgang en laat je niet afschepen met het eerste het beste statistische praatje. Het vereist wat meer denkwerk aan de voorkant, maar het levert je uiteindelijk wel weer het ware, onvervalste internet op.

,