De belofte van het feminisme was simpel en rechtvaardig gelijkwaardigheid op basis van talent en ambitie. In de kern is dit een humanistisch ideaal dat niemand zou mogen ontzeggen. Toch zien we decennia later een maatschappelijk landschap dat getekend is door burn-outs bij jonge moeders en een explosieve groei van de manosfeer waarin jonge mannen zich massaal afkeren van de moderne vrouw. Wie de cijfers en de psychologische realiteit durft te analyseren ziet dat de emancipatie voor een kleine toplaag een zegen was maar voor de grote meerderheid een gouden kooi heeft gecreëerd. Het is tijd om de roze bril af te zetten en te kijken naar de prijs die we betalen voor een systeem dat de biologische realiteit probeert weg te poetsen met ideologische retoriek.
Historisch gezien werd de waarde van een jonge vrouw vaak gekoppeld aan haar schoonheid en haar vermogen om een gezin te stichten. Naarmate de jaren vorderden versverschoof de waardering naar haar karakter en wijsheid. De industriële revolutie en de daaropvolgende golven van emancipatie braken dit patroon open. Vrouwen kregen toegang tot onderwijs en de arbeidsmarkt wat een enorme winst betekende voor de intellectuele bovenlaag. We spreken hier over de bovenste veertig procent van de populatie die over de cognitieve capaciteiten beschikt om te floreren in een hoogcompetitieve kenniseconomie. Voor deze groep vrouwen is de wereld inderdaad groter en rijker geworden. Zij kunnen hun intellect verzilveren en een leven leiden dat voor hun grootmoeders ondenkbaar was.
De tragiek schuilt in de overige zestig procent van de samenleving. Voor de gemiddelde vrouw heeft de emancipatie niet geleid tot minder werk maar tot een dubbele belasting. Waar zij vroeger een spilfunctie vervulde binnen het gezin en de gemeenschap moet zij nu een volledige baan combineren met de onvermijdelijke zorgtaken die bij het moederschap horen. Het probleem is dat de natuur zich niet laat dwingen door politieke decreten. Zodra er kinderen komen verschuift de prioriteit van de meeste vrouwen instinctief naar de zorg voor het nageslacht. Omdat het huidige economische systeem echter volledig is ingericht op twee inkomens is er geen weg terug. De vrouw heeft haar eigen gat gegraven door akkoord te gaan met een maatschappelijk contract dat haar verplicht om als een man te presteren op de werkvloer terwijl de biologische realiteit van het vrouwzijn onveranderd blijft.
Dit heeft directe gevolgen voor de huwelijksmarkt en de dynamiek tussen de seksen. Veel vrouwen uit de middenklasse zouden diep in hun hart liever minder werken om er voor hun kinderen te zijn maar de woningmarkt laat dit simpelweg niet toe. Een gezinshuis is in de huidige tijd een luxeartikel geworden dat slechts met twee volledige salarissen gefinancierd kan worden. Hierdoor ontstaat een permanente staat van stress en onvrede. De vrouw ziet haar partner niet langer als de rots in de branding die voor veiligheid en stabiliteit zorgt maar als een lotgenoot in een ratrace die geen winnaars kent. De romantiek bezwijkt onder de last van gedeelde Excel sheets en een chronisch gebrek aan tijd.
Tegelijkertijd zien we een zorgwekkende trend bij de mannen. De moderne cultuur heeft mannelijkheid stelselmatig gedefinieerd als iets dat beteugeld of zelfs geëlimineerd moet worden. De term toxische mannelijkheid is een wapen geworden waarmee elk natuurlijk instinct tot bescherming of leiderschap de kop in wordt gedrukt. Het resultaat is een generatie ontmannelijkte jongens die niet meer weten hoe ze de verantwoordelijkheid voor een gezin moeten dragen. Dit wordt versterkt door een meetbare daling in testosteronspiegels die mogelijk veroorzaakt wordt door de alomtegenwoordige aanwezigheid van microplastics en chemische vervuiling in ons milieu. De man van nu is fysiek en mentaal zwakker dan zijn voorgangers en dat is precies wat de moderne vrouw paradoxaal genoeg afstoot.
In dit vacuüm van verwarring en zwakte is de manosfeer ontstaan. Influencers die prediken over mannelijke dominantie en de terugkeer naar traditionele waarden vinden een gewillig gehoor bij miljoenen jonge mannen die zich door het feminisme aan de kant gezet voelen. Hoewel deze bewegingen vaak doorslaan in een vijandige houding naar vrouwen toe zijn ze in essentie een schreeuw om betekenis. Zij reageren op de doorgeslagen wokeness die de afgelopen decennia de norm is geworden. De man wil weer man zijn en de vrouw wil diep van binnen vaak weer bewonderd worden om haar vrouwelijkheid in plaats van haar vermogen om een kwartaalcijfer te verbeteren.
De ironie is dat het feminisme in zijn strijd voor gelijkheid de vrouw juist heeft gedevalueerd. Door alleen intellectuele en economische prestaties als maatstaf voor succes te hanteren is de unieke kracht van de vrouw als spil van het gezin naar de achtergrond verdwenen. De minder mooie vrouw die niet gezegend is met een uitzonderlijk IQ heeft door deze verschuiving haar natuurlijke voorsprong verloren. Zij moet nu concurreren op een terrein waar zij niet altijd wil zijn terwijl de maatschappelijke waardering voor haar traditionele kwaliteiten is verdampt. De emancipatie heeft een kleine elite bevrijd maar de massa achtergelaten met een burn-out en een identiteitscrisis.
Het is noodzakelijk dat we stoppen met het negeren van de kloof tussen ideologie en biologie. Een samenleving die de verschillen tussen mannen en vrouwen wegwuift als louter sociale constructies stevent af op een collectieve depressie. Echte vooruitgang betekent dat we erkennen dat gelijkwaardigheid niet betekent dat iedereen hetzelfde moet doen. We moeten terug naar een model waarin de man weer de ruimte krijgt om zijn verantwoordelijkheid te nemen en de vrouw de vrijheid heeft om te kiezen voor haar gezin zonder dat zij economisch of sociaal wordt gestraft. Alleen dan kunnen we de destructieve spiraal van de manosfeer en de verstikkende druk van het moderne feminisme doorbreken en weer bouwen aan een fundament waar zowel mannen als vrouwen kunnen gedijen.
