De opkomst van de slachtoffercultuur op sociale media is een fascinerend maar ook verontrustend fenomeen dat onze digitale interacties fundamenteel heeft veranderd. Wie een willekeurige tijdlijn opent ziet een stortvloed aan video’s en berichten waarin individuen zichzelf presenteren als lijdend voorwerp van een onrechtvaardige wereld. Het is een trend die veel verder gaat dan een onschuldige zoektocht naar empathie. In de huidige online economie is kwetsbaarheid verworden tot een keihard betaalmiddel. Slachtofferschap genereert simpelweg meer kliks en interactie dan nuance en dat mechanisme drijft een hele generatie contentmakers in de armen van het eigen gelijk.

De psychologie achter dit gedrag is geworteld in de manier waarop algoritmes onze hersenen bespelen. Elke uiting van verontwaardiging of persoonlijk leed wordt beloond met een stroom aan notificaties die in de hersenen zorgen voor de aanmaak van dopamine. Voor veel gebruikers is de digitale erkenning van hun vermeende leed een verslavende prikkel geworden. Het resultaat is een vorm van vermoeiend entertainment waarbij de grens tussen oprechte pijn en strategische profilering volledig is vervaagd. We zien hier een verschuiving naar een erkenningseconomie waarbij niet de feiten maar de luidste klachten de meeste aandacht opeisen.

Binnen deze dynamiek zien we stromingen die opvallend veel gelijkenissen vertonen in hun methodiek. Aan de ene kant is er de groep die in elk incident een bewijs ziet van systemisch racisme waarbij elke witte westerling preventief als onderdrukker wordt weggezet. Aan de andere kant staat de groep die overal de dreiging van de zogenaamde manosfeer ziet en elke man beschouwt als een potentiële vijand. Wat beide groepen gemeen hebben is een gebrek aan introspectie en een onwil om de realiteit buiten de eigen bubbel te bekijken. Dit uit zich vaak in een hyperfocus op de zogenaamde microagressie waarbij elk klein ongemak wordt opgeblazen tot een traumatische ervaring.

Het is ironisch dat veel van de discriminatie waarover wordt geklaagd vaak voortkomt uit onwetendheid of onhandigheid in plaats van kwaadaardige opzet. Een simpele vraag naar iemands achtergrond wordt direct geframed als een daad van agressie die een heel leven verwoest terwijl het vaak niet meer is dan een onhandige vorm van oprechte interesse. Het vragen naar herkomst is een universeel menselijk trekje om verbinding te zoeken en het komt letterlijk overal ter wereld voor. Door deze nieuwsgierigheid te criminaliseren vernietigen we de basis van het sociale verkeer en creëren we een samenleving waarin mensen uit angst maar helemaal geen vragen meer aan elkaar durven te stellen.

De online reacties op alledaagse interacties zijn vaak buitenproportioneel fel. Denk aan de video’s waarin vrouwen woedend reageren op een compliment over hun haar van een witte voorbijganger. Dergelijke reacties ogen vaak extreem gespeeld alsof de maker een script volgt om de maximale hoeveelheid verontwaardiging te oogsten. Terwijl men in het Westen strijdt tegen deze vermeende microagressies wordt de ogen gesloten voor de realiteit dat exclusie een universeel verschijnsel is. In vrijwel alle werelddelen buiten Europa en Noord-Amerika is uitsluiting op basis van herkomst vaak de maatschappelijke norm. Van het Midden-Oosten tot diep in Azië bestaan er talloze clubs en sociale kringen waar je simpelweg niet binnenkomt als je niet tot de lokale bevolking behoort.

In deze regio’s wordt dit gedrag openlijk verdedigd als een noodzakelijke vorm van cultuurbehoud en het beschermen van de eigen identiteit. De online activisten die in het Westen elke vorm van onderscheid verafschuwen verdedigen dit soort exclusiviteit elders vaak met een beroep op traditie. Het is een selectieve verontwaardiging die aantoont dat de kritiek niet gaat over het principe van uitsluiting maar over wie het doet. De westerse mens krijgt de morele maatstaf opgelegd terwijl de rest van de wereld de eigen grenzen en muren mag bewaken zonder kritiek. Dit onthult een bijzondere paradox want alleen in een maatschappij die veilig en welvarend genoeg is hebben mensen de luxe om dagenlang te debatteren over een verkeerd gevallen compliment. Slachtofferschap claimen op basis van zulke kleinigheden is in feite een uiting van ultiem privilege.

Dit gedrag is in wezen de andere kant van dezelfde medaille als de groepen die zij bestrijden. De vrouwen die mannen collectief wegzetten als onderdeel van een toxische cultuur zijn vaak zelf extreem negatief over de andere sekse. Het is een klassiek geval van de pot die de ketel verwijt dat hij zwart ziet. Door zichzelf constant in de slachtofferrol te manoeuvreren ontslaan deze mensen zichzelf van de plicht om naar hun eigen aandeel in de polarisatie te kijken. Het is makkelijker om de wereld in daders en slachtoffers in te delen dan om te erkennen dat de werkelijkheid grijs is en dat ongemak simpelweg bij het menselijk verkeer hoort.

De trend laat zien dat we in een tijd leven waarin identiteit niet langer iets is dat je opbouwt door actie maar iets dat je claimt door passiviteit en lijden. De focus op incidenten in plaats van op de grote lijn zorgt voor een versnipperde maatschappij waarin iedereen zoekt naar een reden om zich buitengesloten te voelen. Het is een doodlopende weg die enkel leidt tot meer onbegrip en een verdere uitholling van het publieke debat. De cijfers laten zien dat we in een van de meest vrije en tolerante samenlevingen ter wereld leven maar wie de social media trends volgt zou denken dat we in een constante staat van onderdrukking verkeren.

Uiteindelijk is de jacht op likes via de slachtofferrol een vorm van zelfbedrog. Het levert op de korte termijn aandacht op maar het bouwt niets op. Het is een holle vorm van macht die afhankelijk is van de genade van een algoritme en de korte concentratieboog van een publiek dat morgen weer op zoek is naar een nieuw schandaal. De confrontatie met de feiten is in deze context de enige remedie. De wereld is niet zo vijandig als de tijdlijn doet vermoeden en de meeste mensen proberen gewoon hun weg te vinden zonder kwade bedoelingen. Het wordt tijd dat we de hyperemotionele uitingen weer gaan zien voor wat ze zijn namelijk een digitale schreeuw om aandacht in een wereld die steeds minder echt luistert.


,