Jarenlang kon je indruk maken door tijdens een etentje met obscure feiten te strooien of een medisch handboek uit je hoofd te citeren. Wie een wetboek uit zijn hoofd kende, werd beloond met status, een dik salaris en een gegarandeerde plek aan de top van de maatschappelijke ladder. We hebben een intellectuele hiërarchie gebouwd die volledig rust op de schouders van wat je de feitenstampers kunt noemen. Dit zijn professionals die hun machtspositie altijd hebben gebaseerd op het beheer van statische informatie. Maar er is een probleem voor deze groep want de waarde van deze menselijke harde schijven verdampt waar we bij staan. Nu slimme computersystemen elke denkbare database in een fractie van een seconde ontsluiten, is de tijd van pure reproductie voorbij. De machine neemt die taak inmiddels sneller en foutloos van ons over.

Wat we nu zien gebeuren is een pijnlijke correctie op de werkvloer waarin het verschil tussen gekristalliseerde intelligentie en vloeiende intelligentie pijnlijk duidelijk wordt. Gekristalliseerde intelligentie (het vermogen om opgeslagen kennis en ervaring te gebruiken) was altijd de veilige haven voor degenen die goed zijn in het spelen van het universitaire spelletje. Zij gedijen uitstekend bij vaste kaders, protocollen en voorspelbaarheid. In sectoren zoals het strafrecht of de administratieve top van grote organisaties zag je vaak dat mensen met een mastertitel op hun plek bleven zitten puur door het volgen van vaste patronen. Maar zodra de context verandert of de structuur wegvalt, blijken deze individuen vaak niet in staat tot abstract of conceptueel denken. Ze kunnen het spel spelen zolang de regels in een doos zitten. Je kunt ze vergelijken met triviantspelers die triomfantelijk een punt scoren met een zinloos feitje, maar volledig vastlopen bij een strategisch spel als schaken waar elke zet een nieuwe berekening van verbanden vereist.

Deze discrepantie is nergens zo zichtbaar als in de technologiesector en de digitale hoek van de non-profitwereld. In deze domeinen is de realiteit namelijk vloeibaar. Een computersysteem is hier geen statische lijst met regels, maar een levend organisme van logische afhankelijkheden. Een manager die haar of zijn positie heeft verkregen op basis van een mooi diploma, maar niet beschikt over het vermogen om abstracte structuren te doorgronden, wordt in de huidige tijd een risicofactor voor de organisatie. We zien nog te vaak dat mensen op posities worden gehandhaafd vanwege quota of de angst om de status van een universiteitstitel aan te vallen. Ondertussen verzucht de werkvloer dat deze leidinggevenden de eenvoudigste conceptuele opdrachten niet kunnen uitvoeren. De excuses die directies maken voor de incompetentie van deze gediplomeerde professionals ondergraven de geloofwaardigheid van het hele onderwijssysteem. Een titel zou een garantie moeten zijn voor een bepaald denkniveau, maar in de praktijk blijkt het vaak slechts een bewijs van een goed geheugen en een flinke dosis zitvlees. Dit nuchtere feit mag best eens hardop worden gezegd zonder dat we direct bang hoeven te zijn voor gekrenkte ego’s in de bestuurskamer.

De verschuiving naar slimme technologie dwingt ons daarom om sollicitatieprocedures en onderwijsprogramma’s ingrijpend te wijzigen. Als een machine een juridisch dossier kan samenvatten of een softwarecode kan schrijven, wat is dan nog jouw meerwaarde als menselijke professional. Het antwoord ligt in de synthese, de creativiteit en het strategisch inzicht. We moeten af van de focus op wat iemand weet en toe naar wat iemand kan doorgronden. In een moderne selectieprocedure zou een kandidaat niet meer gevraagd moeten worden naar een cijferlijst. Zet die sollicitant liever tegenover een schaakbord of een blanco whiteboard met een volstrekt nieuw en ongestructureerd probleem. De focus verschuift van de bibliothecaris die weet waar de boeken staan naar de architect die begrijpt hoe de fundering moet worden gelegd om een gebouw te laten staan in een storm. Dit vereist een vorm van intelligentie die niet te vangen is in het onthouden van jaartallen of wetsteksten, maar die draait om het herkennen van patronen in de chaos.

Bovendien moeten we kritisch kijken naar de manier waarop sociale druk en diversiteitsbeleid de selectie van competentie soms vertroebelen. Het is een publiek geheim dat bij veel bedrijven mensen op posities blijven zitten ondanks een schrikbarend gebrek aan conceptueel vermogen. Dit is een schijnbeweging die de werkelijk getalenteerde mensen in de sector tekortdoet. Zij die wél de abstracte diepte bezitten om een complexe infrastructuur te managen, worden nu vaak over één kam geschoren met de feitenstampers die enkel op basis van hun titel of een bepaalde achtergrond zijn binnengekomen. De ware emancipatie op de arbeidsmarkt zal pas plaatsvinden wanneer we diploma’s en quota ondergeschikt maken aan aantoonbaar strategisch inzicht en het vermogen om boven de materie te staan. We moeten durven kiezen voor kwaliteit en helder verstand, los van politiek correcte wensenlijstjes die de werkelijkheid alleen maar vertroebelen.

Uiteindelijk zal deze technologische revolutie het kaf van het koren scheiden. De professionals die hun identiteit ontlenen aan hun mastertitel en hun verzameling feiten zullen merken dat hun marktwaarde razendsnel daalt. De toekomst behoort aan de conceptuele denkers. Dit zijn de mensen die begrijpen waarom de dingen gebeuren en niet alleen dat ze gebeuren. Het onderwijs moet hier direct op inspringen door minder te toetsen op reproductie en meer op het leggen van dwarsverbanden tussen verschillende vakgebieden. Een diploma mag geen eindstation meer zijn van een leerproces dat is gebaseerd op stampwerk. Het moet een bewijs worden van een getraind brein dat in staat is tot onafhankelijke logica en strategische creativiteit. De doos met triviale feiten kan definitief terug de kast in, want de wereld vraagt nu om mensen die het hele bord overzien en de volgende tien zetten al in hun hoofd hebben gepland.

,

Ontdek meer van Typify

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder