De natuurkunde heeft geen enkel ontzag voor de grote visionairs van Silicon Valley. Al in 1978 rekende NASAwetenschapper Donald Kessler de wereld een angstaanjagend scenario voor over de ruimte rond onze planeet. Zijn formule toonde aan dat bij te veel objecten in een lage baan om de aarde één enkele botsing genoeg is om een oncontroleerbare kettingreactie in gang te zetten. Dit kosmische dominoeffect zorgt ervoor dat satellieten elkaar verbrijzelen tot miljoenen vlijmscherpe projectielen die met 28000 kilometer per uur rond de aarde razen. Het resultaat van dit Kesslersyndroom (de wetenschappelijke term voor een onbeheersbare kettingreactie van exploderend ruimteschroot) is een permanente muur van afval die de mensheid voor eeuwen opsluit op haar eigen planeet.
Vandaag is die theoretische dreiging actueler dan ooit door de enorme datahonger van kunstmatige intelligentie. De stroomvretende en waterverslindende datacenters verhuizen door de klimaatcrisis in hoog tempo van de aardbodem naar de kosmos onder de noemer orbitale AI (het runnen van kunstmatige intelligentie op processors in de ruimte). De techindustrie belooft schone zonneenergy en gratis koeling in het vacuüm van de ruimte, maar deze zogenaamde vergroening verhult een ongemakkelijke waarheid. Je lost de ecologische crisis niet op door de wetten van de uitputting te verplaatsen naar een sfeer waar geen enkele handhaving of wetgeving bestaat.
Bovendien liggen de sleutels van deze cruciale infrastructuur in de handen van één enkele, grillige miljardair. Elon Musk bezit met zijn Starlinknetwerk inmiddels meer dan 50% van alle actieve satellieten rond de aarde. Zijn Starshipraketten functioneren als goedkope vrachtwagens om de loodzware processors van bedrijven zoals Nvidia en AMD te lanceren. Waar de vroege ruimtevaart werd gedreven door publieke instituten met democratische verantwoording, wordt de belangrijkste strategische laag van de 21e eeuw nu beheerd als een privaat imperium. Musk bouwt het mondiale orbitale brein dat beslist hoe, waar en wanneer data wordt verwerkt.
Dat brengt een geopolitiek risico van de buitencategorie met zich mee. Tijdens het conflict in Oekraïne bleek de activatie van het Starlinknetwerk boven het front direct afhankelijk van de persoonlijke gemoedstoestand van de Teslatopman. De soevereiniteit van natiestaten werd gereduceerd tot de luimen van één man achter een beeldscherm. Als daar nu de militaire rekenkracht van orbitale AI bij komt, wordt de wereldwijde informatiestroom gegijzeld door een man met een slecht track record als het gaat om institutionele stabiliteit. Deze AI-modellen analyseren onorbit (direct in de ruimte zonder tussenkomst van computers op de grond) binnen seconden satellietbeelden om doelwitten te bepalen.
De dynamiek achter deze nieuwe ruimterace is die van een klassieke goudkoorts omdat er geen effectieve internationale autoriteit is die de wildgroei aan banden legt. In de kosmos geldt simpelweg het recht van de snelste. Tegen de tijd dat de marktverzadiging optreedt en de winsten binnen zijn, is het risico op een ramp maximaal opgerekt. Elke lancering verhoogt de kans op een catastrofale kettingreactie en vervuilt de stratosfeer met enorme hoeveelheden roet en aluminiumoxiden van opbrandende hardware.
De ultieme ironie van dit schouwspel is pijnlijk. De man die de mensheid beloofde naar Mars te loodsen, is door zijn eigen ongetemde datahonger de voornaamste kandidaat om ons definitief op te sluiten. Als het net zich sluit, zijn er geen weersatellieten meer, is er geen GPS en bestaat er geen enkele mogelijkheid om nog een raket veilig door de puinmuur heen te loodsen. Je blijft achter op een uitgeputte planeet, starend naar een hemel vol onbruikbaar schroot dat ooit jouw slimste netwerk had moeten zijn.
