We zitten inmiddels diep in 2026 en nog altijd zit de massa vastgelijmd aan communicatiemiddelen van techgiganten uit de Verenigde Staten. Iedereen met een beetje historisch besef en oog voor privacy wil weg bij deze bedrijven. We weten wat er met onze gegevens gebeurt en we begrijpen de risicos van centrale surveillance (het stelselmatig verzamelen en analyseren van gebruikersgegevens door overheden of bedrijven). Toch staat op vrijwel elke Europese smartphone nog altijd de bekende groene applicatie van Meta. Er is tot op de dag van vandaag geen bruikbaar Europees alternatief dat het grote publiek weet te bereiken.
Het tekort aan succes ligt niet aan een gebrek aan technische kennis in Europa maar aan een chronisch gebrek aan realiteitszin onder de ontwerpers. De Europese techsector blinkt uit in het maken van theoretisch perfecte oplossingen die in de praktijk onwerkbaar blijken voor de gemiddelde mens.
Neem bijvoorbeeld het Franse Olvid dat door experts wordt geprezen om de waterdichte beveiliging en de bescherming van metadata (de gegevens over het chatgedrag zoals tijdstippen en contactpersonen zonder de inhoud zelf te tonen). Onder de motorkap is het een technisch meesterwerk maar in de praktijk loop je direct tegen een muur op. Om een contact toe te voegen moet je namelijk fysiek bij elkaar staan om een code te scannen. Het idee dat je iemand in de echte wereld moet ontmoeten om digitaal te kunnen communiceren is misschien leuk bedacht vanuit een academisch perspectief maar het is de omgekeerde wereld. Juist in de huidige tijd gebruiken we applicaties als buffer voor een eerste ontmoeting of om snel te schakelen met een nieuw zakelijk contact op afstand. Niemand stapt in de trein om een cryptografische sleutel (een geheime digitale code om berichten te versleutelen) uit te wisselen. Het resultaat is een applicatie die zo veilig is dat er uiteindelijk helemaal niemand op zit.
Aan de andere kant van het spectrum vinden we platforms zoals Element dat draait op het open Matrix netwerk. Dit wordt in techkringen vaak gepresenteerd als de ultieme oplossing omdat het decentraal is. Maar zodra de gemiddelde consument de applicatie installeert en direct wordt doorgestuurd naar een externe website om een account aan te maken op een specifieke server haakt men massaal af. Het voelt knullig en amateuristisch aan alsof de techniek nog niet af is. Het herinnert sterk aan het eerdere platform Mastodon waar het concept van federatie (het netwerk van losse servers die met elkaar communiceren) en het kiezen van een server de drempel om simpelweg een profiel aan te maken veel te hoog maakte. Het is een platform dat perfect werkt voor de gemiddelde hardcore Linux gebruiker maar de massa krijg je er simpelweg niet op mee. Mensen verwachten dat technologie voor hen werkt en niet andersom.
Natuurlijk zijn er ook Europese partijen die het qua interface wel begrepen hebben. Het Zwitserse Threema is daar het perfecte voorbeeld van. Het is een prachtig gestroomlijnd en stabiel platform waar je geen telefoonnummer voor nodig hebt. Maar Threema hanteert een eenmalige betaalmuur. Hoewel het slechts om een bedrag van 5 euro gaat is dat voor de consument een onoverkomelijke psychologische grens. Niemand gaat betalen voor een applicatie waarvan je vooraf al weet dat je vrienden en familie er waarschijnlijk toch niet op zitten. En zo blijft ook deze optie hangen in de marge van de markt.
In de afgelopen 2 jaar zijn veel bewuste consumenten daarom overgestapt naar Signal. Qua gebruiksgemak is dat de absolute standaard. Het werkt soepel en je kunt tegenwoordig je telefoonnummer verbergen achter een gebruikersnaam wat perfect is voor contacten op afstand. Maar onder de streep lost Signal het fundamentele probleem niet op. Het is en blijft een Amerikaanse stichting die opereert onder Amerikaanse wetgeving. Hoewel het geen commercieel databedrijf zoals Meta is en dit enorme voordelen biedt blijft het feit overeind dat de servers en de rechtspersoonlijkheid buiten Europa vallen.
De harde realiteit is dat Europa de boot compleet mist omdat privacyapps hier bijna altijd worden gebouwd door cryptografen in plaats van productontwerpers. Men weigert te begrijpen dat een product vlekkeloos en intuïtief moet werken om de massa te verleiden. Totdat er een Europese partij opstaat die de interface en het gemak van Signal kopieert en de servers in Duitsland of IJsland zet blijven we gevangen tussen de Amerikaanse surveillance en de Europese knulligheid.
