Op dit moment verbruikt een flinke zoekopdracht aan een slimme chatbot ongeveer een halve liter water. Dat lijkt weinig als je achter jouw computerscherm zit te typen, maar vermenigvuldig dat met de miljarden digitale interacties die wereldwijd iedere dag plaatsvinden en het probleem wordt direct duidelijk. De opkomst van kunstmatige intelligentie (de technologie waarmee computers zelfstandig teksten, beelden en code genereren) vreet niet alleen stroom, maar trekt ook de lokale waterbronnen leeg. Terwijl overheden praten over klimaatdoelen en groene stroom, blijft het gigantische koelwaterverbruik van datacenters (de enorme fabriekshallen vol servers waar alle digitale processen draaien) grotendeels buiten de boeken. De realiteit is dat de digitale revolutie een loodzware fysieke stempel drukt op onze leefomgeving. We wisselen ongemerkt kostbaar drinkwater in voor snelle antwoorden en slimme plaatjes.
Achter de schermen van de digitale wereld draait een gigantische industriële machine die voortdurend gekoeld moet worden. De processors (de krachtige computerchips die de ingewikkelde berekeningen voor kunstmatige intelligentie uitvoeren) worden tijdens het rekenwerk gloeiend heet. Luchtkoeling met gewone ventilatoren is al lang niet meer genoeg om deze systemen stabiel te houden. Daarom vertrouwen de techbedrijven op waterkoeling (een techniek waarbij water warmte absorbeert en afvoert) omdat water warmte vele malen efficiënter geleidt dan lucht. Het meest gebruikte systeem is verdampingskoeling waarbij het water letterlijk verdampt om de servers af te koelen. Dit water ben je daarna kwijt. Het stroomt niet terug de rivier in en het vult het grondwater niet aan. Het verdwijnt in de atmosfeer en is daarmee direct onttrokken aan de lokale watervoorraad van het gebied waar het datacenter staat.
De omvang van dit verbruik is schrikbarend groot. Een gemiddeld groot datacenter verbruikt al snel miljoenen liters water per dag. Dat is vergelijkbaar met het dagelijkse waterverbruik van een kleine stad. De ironie is dat deze datacenters vaak worden gebouwd in gebieden waar al een structureel tekort aan water is. Overheden lokken de techreuzen met belastingvoordelen en goedkope grond, maar vergeten de langetermijngevolgen voor de landbouw en de drinkwatervoorziening. In droge regio’s ontstaat er inmiddels een directe strijd om het water tussen de boeren die voedsel verbouwen en de techbedrijven die hun servers draaiende moeten houden. Dit is geen hypothetische dreiging voor de toekomst, maar een actueel conflict dat nu al zorgt voor drooggelopen waterputten en dalende grondwaterstanden.
Het probleem stopt niet bij het directe koelwater dat door de servers stroomt. Er is sprake van een verborgen keteneffect waarbij ook de opwekking van de benodigde elektriciteit en de productie van de computerchips enorme hoeveelheden water opeisen. Elektriciteitscentrales hebben immers ook koelwater nodig om stroom te produceren. Als een datacenter draait op grijze stroom (elektriciteit die is opgewekt met fossiele brandstoffen zoals kolen of gas), stijgt de waterafdruk indirect nog veel verder. Zelfs de overstap naar groene energie lost dit niet zomaar op. De productie van zonnepanelen en windmolens vereist namelijk ook grondstoffen waarvan de winning en verwerking zeer waterintensief zijn. We kijken vaak alleen naar de CO2-uitstoot van onze apparaten, maar de watercrisis die door de digitalisering wordt veroorzaakt is minstens zo urgent.
Vanuit een nuchtere blik moeten we vaststellen dat de huidige wetgeving totaal niet is opgewassen tegen deze snelle technologische ontwikkelingen. Techbedrijven houden hun precieze waterverbruik angstvallig geheim onder het mom van bedrijfsgeheim en concurrentiegevoeligheid. Hierdoor ontbreekt het aan onafhankelijke controle en duidelijke cijfers. Als burger of consument heb je geen idee hoeveel liter water jouw dagelijkse digitale gedrag kost. Je denkt dat je milieubewust bezig bent door minder papier te gebruiken, maar ondertussen slorpt de cloud (het wereldwijde netwerk van servers waar al onze data is opgeslagen) ongemerkt de watervoorraden op. Het ontbreken van transparantie maakt het onmogelijk om een eerlijk maatschappelijk debat te voeren over de werkelijke kosten van onze technologische vooruitgang.
De politiek reageert zoals zo vaak veel te laat en hobbelt achter de feiten aan. Er worden weliswaar vaker kritische vragen gesteld over het stroomverbruik van de techsector, maar water blijft een blinde vlek in het beleid. Dat komt omdat water lokaal is. CO2-uitstoot is een wereldwijd probleem dat je in internationale verdragen kunt gieten, maar watertekort treft specifiek de omwonenden van een datacenter. Het is een tastbaar en direct probleem voor de lokale gemeenschap. Wanneer een techreus een nieuwe serverhal bouwt, profiteert de nationale economie op papier van de investeringen, terwijl de lokale bevolking de prijs betaalt in de vorm van een lagere waterdruk of restricties op het sproeien van de tuin tijdens warme zomerdagen. Dit zorgt voor een scheve verdeling van de lasten en de lusten.
We moeten af van de naïeve gedachte dat technologie per definitie schoon is. Het internet is geen gewichtsloos netwerk dat zweeft in de lucht, maar een zware industriële sector met een enorme ecologische voetafdruk. De vraag naar kunstmatige intelligentie stijgt explosief omdat ieder softwarebedrijf deze functies nu inbouwt in zijn producten. We gebruiken het voor het schrijven van simpele e-mails, het genereren van grappige plaatjes en het automatiseren van klantenservice. De vraag is of al deze toepassingen het waard zijn om onze schaarse natuurlijke hulpbronnen voor op te offeren. Een nuchtere analyse dwingt ons om kritischer te kijken naar het nut en de noodzaak van de systemen die we bouwen en gebruiken. We moeten keuzes maken voordat de natuur die keuzes voor ons maakt.
Er zijn technisch gezien wel oplossingen mogelijk om dit verbruik in te dammen. Bedrijven kunnen overstappen op gesloten koelsystemen (systemen waarin het koelwater hergebruikt wordt in plaats van dat het verdampt) of kiezen voor alternatieve methoden zoals koeling met zeewater of diepe grondkoeling. Deze systemen zijn echter duurder in de aanleg en bouwen gaat daardoor minder snel. Zolang overheden geen harde eisen stellen aan de waterefficiëntie van datacenters, kiezen de techreuzen logischerwijs voor de goedkoopste optie en dat is het verdampen van schoon drinkwater. De markt gaat dit probleem niet uit zichzelf oplossen. Er zijn bindende regels en strenge vergunningen nodig om te zorgen dat de sector zijn verantwoordelijkheid neemt.
Het is tijd voor een stevige schoonmaak in ons denken over de digitale economie. We kunnen niet blijven doen alsof de groei van kunstmatige intelligentie gratis is voor de planeet. De urgentie is hoog en de cijfers liegen niet. Als we de leefbaarheid van onze eigen omgeving willen beschermen, moeten we eisen dat technologiebedrijven open kaart spelen over hun waterverbruik. De politiek moet durven ingrijpen door datacenters alleen nog toe te staan als ze aantoonbaar circulair koelen (een methode waarbij al het gebruikte koelwater volledig binnen het systeem blijft en hergebruikt wordt). Alleen met die scherpte kunnen we zorgen dat de digitale vooruitgang niet ten koste gaat van onze belangrijkste eerste levensbehoefte.
