Tachtig procent van het risico op dikkedarmkanker (een van de meest voorkomende en dodelijke vormen van kanker in de westerse wereld) wordt bepaald door omgevingsfactoren zoals voeding, leefstijl en de samenstelling van de darmflora. Wetenschappers van de Universiteit van Zuid-Denemarken en het Odense Universiteitsziekenhuis hebben nu een tot dusver onbekend virus ontdekt dat zich schuilhoudt in een zeer alledaagse darmbacterie (Bacteroides fragilis) en direct gelinkt is aan de ontwikkeling van deze specifieke vorm van kanker. Mensen met dikkedarmkanker blijken dit specifieke virus namelijk twee keer zo vaak in hun darmen te dragen als gezonde mensen. Dit feitelijke gegeven schudt de medische wereld wakker en dwingt ons tot een nuchtere, humanistische blik op hoe we de gezondheidszorg inrichten. We moeten durven kijken naar de harde biologische werkelijkheid zonder te vervallen in moreel wenselijk gedrag of makkelijke leefstijladviezen die de verantwoordelijkheid volledig bij het individu leggen.
De ontdekking lost een langlopend medisch raadsel op dat onderzoekers al jaren bezighoudt. De bacterie in kwestie is namelijk bij twintig procent van alle gezonde mensen aanwezig zonder dat zij ooit ziek worden. Het was een absolute paradox (een schijnbare tegenstelling waarin twee feiten lijnrecht tegenover elkaar lijken te staan) dat dezelfde bacterie bij de ene persoon onschuldig is en bij de andere persoon bijdraagt aan de groei van kwaadaardige tumoren. Het antwoord ligt dus niet in de bacterie zelf maar in een verstekeling die zich daarbinnen bevindt. Het gaat om een bacteriofaag (een specifiek type virus dat uitsluitend bacteriën infecteert en hun genetische eigenschappen kan veranderen) die tot nu toe volledig buiten het zicht van de medische databases is gebleven. De Deense onderzoekers ontdekten het patroon via een grootschalige bevolkingsstudie onder twee miljoen burgers. Vervolgens werd de vinding bevestigd in een internationaal cohort (een specifieke onderzoeksgroep die gedurende langere tijd wordt gevolgd) van achthonderdzevenenzeventig mensen verspreid over Europa, de Verenigde Staten en Azië. De statistische link is ijzersterk en overal ter wereld identiek.
Deze doorbraak raakt aan een breder maatschappelijk en filosofisch vraagstuk over hoe we als samenleving met ziekte en preventie omgaan. In het publieke debat hoor je vaak een morele ondertoon als het over volksgezondheid gaat. Als je maar genoeg sport, biologisch eet en alcohol mijdt, dan blijf je gezond. Dat is een naïeve en veel te simpele voorstelling van zaken. De biologie is grillig, complex en trekt zich weinig aan van onze morele spaarzaamheid. Natuurlijk spelen leefstijlkeuzes een rol in de algehele conditie van jouw lichaam, maar deze nieuwe data laten zien dat er diep in ons microbioom (de verzameling van biljoenen bacteriën, virussen en gisten die in en op ons lichaam leven) krachten aan het werk zijn waar je met een wekelijkse hardloopronde of een vezelrijk dieet simpelweg geen invloed op hebt. Het virus kaapt de bacterie, verandert de eigenschappen van die bacterie en creëert zo een toxische omgeving in de darmwand die de weg vrijmaakt voor celdeling en tumoren. Dit gebeurt op genetisch en microscopisch niveau. Je kunt een individu niet verantwoordelijk houden voor de aanwezigheid van een onzichtbare bacteriofaag.
Tegelijkertijd moeten we waken voor de andere kant van het spectrum waarin we vervallen in paniekvoetbal of roepen om directe, peperdure screeningsprogramma’s voor de gehele bevolking. Een nuchtere analyse van de cijfers dwingt tot realisme. Het onderzoek bevindt zich in een vroege fase. Er is een overduidelijke statistische correlatie (een aantoonbaar verband tussen twee variabelen waarbij een verandering van de ene variabele samenhangt met een verandering in de andere) maar een direct oorzakelijk verband is nog niet onomstotelijk bewezen. We weten simpelweg nog niet of het virus de directe aanstichter is van de kanker, of dat het virus een symptoom is van een darmmilieu dat door andere oorzaken al ingrijpend is veranderd. Het blindelings optuigen van massale testsystemen op basis van deze eerste resultaten zou de gezondheidszorg onnodig overbelasten en jonge gezonde mensen opzadelen met angst over een risicofactor die ze misschien wel dragen, maar die in de praktijk nooit tot uiting hoeft te komen.
Wat deze ontdekking wel laat zien, is dat onze huidige benadering van de gezondheidszorg vaak achter de feiten aanloopt. We richten ons nu hoofdzakelijk op het weghalen van het probleem als het al bestaat. Bij dikkedarmkanker gebeurt dat nu door het operatief verwijderen van adenomen (goedaardige gezwellen in de darmwand die het voorstadium van kanker vormen). Recent grootschalig onderzoek van de Harvard Chan School of Public Health toont echter aan dat zelfs twaalf jaar na de succesvolle verwijdering van zo’n poliep de biologische huishouding in de darm nog altijd afwijkt van die van mensen die nooit poliepen hebben gehad. De darmflora keert na een ingreep niet zomaar terug naar een veilige basissituatie. Het risico blijft latent aanwezig omdat de microbiële infrastructuur die de problemen in eerste instantie veroorzaakte gewoon blijft voortbestaan. De echte winst van de Deense ontdekking zit dan ook in de toekomst van gerichte preventie. In plaats van miljoenen mensen door een generieke scan te halen, kunnen we op termijn via eenvoudige ontlastingsmonsters heel specifiek zoeken naar dit specifieke bacteriofaagvirus om zo de echte risicogroep te identificeren lang voordat er überhaupt een poliep ontstaat.
Dit vereist een pragmatische overheid en een medische sector die durft te investeren in innovatief basisonderzoek in plaats van te blijven hangen in de traditionele behandelmethoden. We moeten af van het idee dat de darmflora een statisch gegeven is dat je met een probioticadrankje uit de supermarkt kunt herstellen. De realiteit is dat de darm een complex slagveld is waarin bacteriën en virussen constant met elkaar in gevechten zijn om dominantie. Als een virus in staat is om een normale darmbacterie te muteren tot een kankerverwekkende factor, dan ligt de medische oplossing ook in diezelfde microscopische hoek. Wetenschappers experimenteren nu al met moleculaire afleidingsmanoeuvres die voorkomen dat de gifstoffen van de bacterie zich aan de darmwand kunnen hechten. Dat is de nuchtere vooruitgang waar we op moeten inzetten. Geen morele preken over leefstijl, maar scherpe, doelgerichte biotechnologische interventies die gebaseerd zijn op harde data.
Als menselijke samenleving hebben we de neiging om grote maatschappelijke problemen te willen vangen in overzichtelijke verhalen met duidelijke schuldigen. Bij gezondheid is de patiënt vaak de schuldige vanwege verkeerde keuzes, en bij de oplossing kijken we steevast naar de farmaceutische industrie die met een duur medicijn moet komen. Deze antropologische observatie zie je overal terug. Maar de ontdekking van deze verborgen bacteriofaag laat zien dat de werkelijkheid geen moreel kompas heeft. Ziekte is vaak het resultaat van een microscopisch toeval, een biologische interactie tussen een bacterie en een virus die al duizenden jaren onopgemerkt in ons lichaam plaatsvindt. Onze taak als nuchtere, humanistische denkers is om die feiten onder ogen te zien en de wetenschap de ruimte te geven om met vindingrijke oplossingen te komen. Zonder naïviteit over de maakbaarheid van het leven, maar met een scherp oog voor wat er feitelijk mogelijk is om menselijk leed te voorkomen.
