Antibioticaresistentie wordt door wetenschappers wel de “stille pandemie” genoemd. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie sterven er nu al jaarlijks meer dan 1,27 miljoen mensen direct aan resistente infecties. Als we geen koerswijziging maken, kan dat aantal oplopen tot 10 miljoen doden per jaar in 2050. En opvallend genoeg begint die ramp niet in een ziekenhuis, maar op ons bord.
In de veehouderij wordt wereldwijd massaal antibiotica ingezet, niet om zieke dieren te genezen, maar om te voorkomen dat ze ziek worden in overvolle, stressvolle omstandigheden. In sommige landen gaat zelfs tot 80% van het totale antibioticagebruik naar de vleesindustrie. Daarmee creëren we een perfecte broedplaats voor resistente bacteriestammen, die via vlees, mest, water of direct contact bij mensen terecht kunnen komen.
Tegen deze achtergrond krijgt veganisme een nieuwe, onverwachte rol. Een plantaardig dieet draagt niet bij aan deze overbelasting van antibiotica, simpelweg omdat er geen dieren worden gebruikt die ziek kunnen worden. Uit onderzoek blijkt zelfs dat mensen die plantaardig eten significant minder antibioticaresistente genen in hun darmflora hebben dan vleeseters. Ook alternatieve eiwitbronnen zoals gekweekt vlees of plantaardige vleesvervangers vormen geen risico op dierziekten en verlagen de druk op antibioticareserves drastisch.
Maar wat is veganisme precies? Veganisme is een levensstijl waarbij men afziet van het gebruik van dierlijke producten, niet alleen in voeding (dus geen vlees, vis, zuivel, eieren of honing), maar vaak ook in kleding (zoals leer en wol), cosmetica en andere consumptiegoederen. De beweegredenen variëren van dierenrechten en milieu tot gezondheid en spiritualiteit. In tegenstelling tot vegetariërs, die vaak nog wel eieren en zuivel gebruiken, vermijden veganisten álle vormen van dierlijke exploitatie.
De impact van veganisme reikt verder dan het persoonlijke niveau. Volgens onderzoeken van onder andere Oxford University kan een wereldwijd plantaardig dieet de uitstoot van broeikasgassen met meer dan 60% verlagen en het landgebruik voor voedsel met 75% verminderen. Daarnaast vermindert het de kans op zoönotische uitbraken — infectieziekten die van dier op mens overspringen — aanzienlijk. Veel recente virusuitbraken (zoals vogelgriep, SARS en mogelijk COVID-19) zijn afkomstig uit de veeteelt of wilde dierenhandel.
Is veganisme dan de redding van de mensheid? Dat is misschien te kort door de bocht. Maar dat het een krachtig instrument is tegen de volgende mondiale gezondheidscrisis, lijkt nauwelijks nog te betwijfelen. De toekomst van de mensheid ligt misschien niet alleen in handen van artsen en wetenschappers, maar ook van iedereen die bewust kiest wat er op z’n bord ligt.
Bronnen:
