Het concept van een menselijk ras is een van de meest hardnekkige constructies uit de moderne geschiedenis en vormt nog steeds de basis voor hoe wij naar onszelf en anderen kijken. Toch is het een idee dat op drijfzand is gebouwd omdat de biologie simpelweg geen ondersteuning biedt voor de onderverdeling van de mensheid in verschillende rassen. De term racisme die direct is afgeleid van het Franse woord race suggereert dat er fundamentele biologische verschillen bestaan tussen groepen mensen terwijl de wetenschap al lang heeft aangetoond dat de genetische variatie binnen een groep vaak groter is dan de variatie tussen verschillende groepen. Door de term racisme te blijven gebruiken bevestigen we onbedoeld het bestaan van rassen en houden we een systeem in stand dat gebaseerd is op een wetenschappelijke onjuistheid.

De oorsprong van het rassenconcept ligt niet in de natuur maar in de politiek en de economie van de zeventiende en achttiende eeuw. Tijdens de verlichting en de opkomst van het kolonialisme zochten Europeanen naar een manier om hun dominantie en de exploitatie van andere volkeren te rechtvaardigen. Door mensen in te delen in een hiërarchie op basis van uiterlijke kenmerken zoals huidskleur konden zij morele en intellectuele eigenschappen koppelen aan fysieke verschijning. Dit was een puur instrumentele benadering om ongelijkheid te legitimeren. Men maakte een karikatuur van de menselijke diversiteit en noemde dat wetenschap terwijl het in feite een sociaal construct was om machtsstructuren te cementeren.

Het is essentieel om te begrijpen dat huidskleur een oppervlakkige aanpassing is aan de intensiteit van ultraviolette straling in verschillende delen van de wereld. Het is een evolutionair mechanisme voor de aanmaak van vitamine D en de bescherming tegen foliumzuurafbraak en niets meer dan dat. Kleur zegt werkelijk niets over de etniciteit van iemand of de cultuur waarin iemand is opgegroeid. Een persoon met een donkere huidskleur kan een diepe culturele worteling hebben in een Europese stad terwijl iemand met een lichte huidskleur kan zijn opgegroeid met de tradities van een Aziatische bergstam. Cultuur en etniciteit zijn vloeibaar en aangeleerd terwijl ras wordt gepresenteerd als iets statisch en aangeboren.

Wanneer we spreken over racisme gebruiken we een woord dat de legitimiteit van het rassenconcept erkent. Als je zegt dat je tegen racisme bent erken je impliciet dat er rassen zijn die tegen elkaar worden uitgespeeld. Dit is een semantische valstrik die het werkelijke probleem maskeert. Het is tijd dat we ons ontdoen van deze terminologie omdat het een werkelijkheid suggereert die biologisch gezien niet bestaat. Het voortduren van dit vocabulaire zorgt ervoor dat we blijven denken in groepen en categorieën die kunstmatig zijn gecreëerd door koloniale denkers uit het verleden. Het houdt de verdeling in stand in plaats van deze op te lossen.

Dit betekent uiteraard niet dat we de ogen moeten sluiten voor uitsluiting en onrecht. Discriminatie is een keihard feit en een maatschappelijk probleem dat krachtig moet worden aangepakt. Mensen worden nog dagelijks benadeeld op basis van hun uiterlijk of afkomst en dat is onacceptabel. De oplossing ligt echter niet in het versterken van groepsdenken of het benadrukken van raciale identiteiten. We moeten discriminatie benaderen op individueel niveau. Elk mens is een unieke verzameling van eigenschappen talenten en ervaringen. Wanneer iemand wordt gediscrimineerd is dat een schending van de individuele waardigheid van die specifieke persoon door een ander individu of een instituut.

In de huidige maatschappelijke discussies zien we vaak een neiging naar sociaal wenselijke taal en het vermijden van schurende feiten. Men is bang om de term racisme los te laten omdat men vreest dat daarmee de ernst van discriminatie wordt gebagatelliseerd. Maar de cijfers en de genetica liegen niet. Er is maar één menselijk ras en dat is de mensheid zelf. De genetische verschillen die wij aan de buitenkant zien zijn minuscuul vergeleken met de overeenkomsten die we delen. Door te blijven hameren op racisme blijven we gevangen in een achttiende eeuws wereldbeeld dat juist aan de basis stond van de ellende die we nu proberen te bestrijden.

De confrontatie met de feiten dwingt ons tot een humanistische herijking. We moeten de mens zien als een autonoom wezen en niet als een vertegenwoordiger van een biologische categorie die niet bestaat. Het labelen van groepen mensen als aparte rassen is een vorm van pseudowetenschap die we veel te lang hebben getolereerd in ons dagelijks taalgebruik. Als we werkelijk een samenleving willen waarin iedereen op gelijke gronden kan deelnemen moeten we beginnen met het opschonen van ons vocabulaire. We moeten stoppen met het valideren van het idee dat we wezenlijk verschillend zijn op basis van melanine.

In geopolitieke conflicten en maatschappelijke debatten over asiel en migratie zien we vaak dat deze rassenclichés worden gebruikt om muren op te trekken. Er wordt gedaan alsof bepaalde groepen inherent anders zijn door hun afkomst terwijl het vaak gaat om culturele verschillen of sociaal economische omstandigheden. Door de focus te verleggen van het collectieve ras naar het individuele handelen en de individuele rechten halen we de giftige angel uit het debat. We kunnen dan kritisch zijn op gedrag of ideologie zonder vervallen in de valkuil van raciaal denken.

Het is een harde maar noodzakelijke waarheid dat we onszelf tekortdoen door vast te houden aan de term racisme. Het is een erfenis van een duister verleden die we als een soort religie zijn blijven aanhangen terwijl de feiten al lang een ander verhaal vertellen. Discriminatie bestrijd je niet door het concept ras te omarmen maar door het resoluut te verwerpen. We moeten de moed hebben om te zeggen dat rassen niet bestaan en dat elke vorm van onderscheid op basis daarvan een fictie is. Alleen door de mens als individu centraal te stellen en de verouderde categorieën bij het grofvuil te zetten kunnen we toewerken naar een samenleving die gebaseerd is op de realiteit in plaats van op een gevaarlijke mythe.

De nadruk op etniciteit in plaats van ras doet veel meer recht aan de menselijke ervaring. Etniciteit gaat over gedeelde geschiedenis taal en tradities en dat zijn zaken die veranderen en evolueren. Ras daarentegen suggereert een onveranderlijke biologie die mensen in hokjes dwingt. We moeten ons realiseren dat het labelen van discriminatie als racisme de fundamenten van datzelfde onrecht verstevigt. Het is een vicieuze cirkel die we alleen kunnen doorbreken door de terminologie te veranderen en de focus terug te brengen naar de feitelijke individuele behandeling van mensen.

Het ontdoen van de term racisme is geen ontkenning van leed maar een bevrijding van een foutief denkkader. Het stelt ons in staat om onrecht te benoemen voor wat het is namelijk de onrechtvaardige behandeling van een individu door een ander. Laten we stoppen met het praten in termen die een biologische onwaarheid bevestigen. De mensheid is veel te complex en veel te divers om gevangen te worden in de simpele en valse categorieën van ras. De feiten zijn duidelijk en het is tijd dat onze taal en onze aanpak van ongelijkheid deze feiten eindelijk gaan volgen. Alleen zo kunnen we de naïviteit van het groepsdenken achter ons laten en een eerlijke maatschappij bouwen op basis van individuele verantwoordelijkheid en universele humanistische waarden.

,