Er sluipt iets ongemakkelijks terug in het publieke debat. Geen openlijke rehabilitatie van het nazisme, geen massale omarming van extremistische ideologie, maar een subtieler mechanisme dat gevaarlijker is juist omdat het onbewust plaatsvindt. Steeds vaker worden nieuwe machtsstructuren begrepen via een oud frame. Niet omdat mensen ideologisch overtuigd zijn, maar omdat complexe werkelijkheid vraagt om eenvoudige verklaringen.

De wereld is fundamenteel veranderd. Macht is minder zichtbaar en tegelijk geconcentreerder dan ooit. Ze zit in cloudinfrastructuren, algoritmes, datacenters, defensiecontracten en geopolitieke netwerken die nauwelijks democratische controle kennen. Staten, technologiebedrijven en veiligheidsdiensten zijn inniger met elkaar verweven dan in eerdere generaties. In dat krachtenveld is Israël uitgegroeid tot een zichtbare speler met een sterke IT-sector, diepgaande kennis van cyber en spionage en nauwe banden met de Verenigde Staten. De oorlog na 7 oktober heeft die zichtbaarheid verder vergroot en moreel verscherpt. Dat alles is reëel en legitiem onderwerp van debat.

Tegelijkertijd steunen invloedrijke tech-ondernemers Donald Trump, die zelf deel uitmaakt van een politieke traditie waarin steun aan Israël al decennialang vanzelfsprekend is. Conservatieve stromingen in de Verenigde Staten hebben Israël altijd om strategische, religieuze en ideologische redenen omarmd. Ook de tech-elite handelt niet uitzonderlijk. Een aanzienlijk deel van dezelfde ondernemers stond enkele jaren geleden nog achter de Democratische Partij. Hun verschuiving is geen bewijs van een ideologisch blok, maar van een constante in de geschiedenis: kapitaal zoekt invloed en beweegt mee met macht. Dat patroon is niet etnisch, niet religieus en niet cultureel bepaald, maar systemisch.

Toch ontstaat er een ander verhaal. Losse elementen worden steeds vaker in één narratief samengebracht. Israël, techmiljardairs, Trump, oorlog, lobbyisme, data en geopolitieke invloed worden gepresenteerd als schakels in een impliciete keten. Die keten krijgt een ondertoon die zelden expliciet wordt gemaakt maar wel herkenbaar is. Joods. Zionistisch. Internationaal. Invloedrijk. Wat afzonderlijk niets met elkaar te maken hoeft te hebben, wordt via identiteit aan elkaar geknoopt. Dat is het moment waarop analyse plaatsmaakt voor framing.

De nazi’s hadden geen correcte analyse van de wereld, maar zij beschikten over een krachtig verklaringsmodel waarin complexe economische en politieke processen werden teruggebracht tot een herkenbare vijand. Het model was eenvoudig en emotioneel bevredigend, juist omdat het abstracte macht personaliseert. Wat vandaag zichtbaar wordt, is niet dat hun theorieën alsnog zouden kloppen, maar dat hetzelfde mechanisme opnieuw wordt gebruikt wanneer mensen moeite hebben om moderne machtsstructuren te begrijpen. In tijden van onzekerheid en morele verontwaardiging zoeken samenlevingen naar samenhang en schuld. Wanneer die samenhang niet wordt gevonden in systeemkritiek, verschuift ze naar identiteit.

Israël wordt dan niet langer besproken als staat met beleid, fouten en verantwoordelijkheden, maar als symbool van een vermeend mondiaal machtscentrum. Tech-ondernemers worden niet langer gezien als opportunistische spelers binnen een kapitalistisch systeem, maar als vertegenwoordigers van een collectieve invloed. De stap van politieke kritiek naar culturele toeschrijving is klein, maar fundamenteel. Het resultaat is een narratief waarin individuele actoren en geopolitieke keuzes onbewust worden vertaald naar etnische kenmerken.

Dat is gevaarlijk, juist omdat het vaak niet als haat wordt ervaren. Veel mensen die deze verbanden leggen, zien zichzelf niet als antisemiet. Ze voelen woede over oorlog, frustratie over machtsconcentratie en onmacht tegenover elites die onaantastbaar lijken. Maar wanneer systeemkritiek verschuift naar identiteitsdenken, wordt het individu vervangen door het symbool en de staat door de mythe. Dan klinkt steeds vaker dat Israël het grootste gevaar voor de wereld zou zijn. Dat is geen politieke analyse meer, maar een totaliserende beschuldiging die de werkelijkheid versimpelt tot één brandpunt van kwaad.

De gevolgen daarvan raken niet de regeringen of ondernemers die onderwerp van debat zijn, maar gewone Joodse mensen die niets te maken hebben met geopolitieke strategie of technologische machtsvorming. Zij worden opnieuw aangesproken alsof zij onderdeel zijn van een collectief dat verantwoordelijk zou zijn voor mondiale ontwikkelingen. Framing werkt ook zonder intentie. Het heeft geen expliciete ideologie nodig om sociale schade aan te richten. Zodra identiteit de plaats inneemt van analyse, ontstaat een omgeving waarin oude vijandbeelden weer kunnen circuleren zonder dat ze als zodanig worden herkend.

Kritiek op Israëlisch beleid is legitiem en noodzakelijk. Kritiek op oorlogsmisdaden en op de concentratie van technologische macht is evenzeer gerechtvaardigd. Maar wanneer die kritiek wordt samengevoegd onder een impliciet etnisch label, verlaat men het terrein van politieke analyse en betreedt men dat van historische herhaling. Nieuwe machtsstructuren vragen om nieuwe taal en scherpe systeemkritiek, niet om het recyclen van frames die in het verleden hebben geleid tot catastrofes.

De grootste les van de twintigste eeuw is niet dat macht gevaarlijk is, maar dat het aanwijzen van één groep als morele kern van alle macht uiteindelijk de samenleving zelf vergiftigt. Wie moderne machtsconcentratie probeert te begrijpen via oude vijandbeelden, denkt misschien orde te scheppen, maar ondermijnt in werkelijkheid de basis van een pluralistische samenleving. Dat is de werkelijke dreiging die zich vandaag aandient, niet als ideologie, maar als gemakzuchtig narratief.

,