Het debat over de Europese migratiepolitiek bevindt zich in een verstikkende wurggreep tussen morele verhevenheid en de harde realiteit van logistieke onbeheersbaarheid. Terwijl Brussel worstelt met de herziening van de EU terugkeerrichtlijn en het concept van terugkeerhubs buiten de Europese grenzen werpt de invloed van maatschappelijke organisaties een lange schaduw over de politieke besluitvorming. Voor de Nederlandse liberale partijen zoals de VVD en D66 vormt dit dossier een lakmoesproef voor hun vermogen om pragmatisme te verkiezen boven de geraffineerde lobby van niet-gouvernementele organisaties. Deze organisaties presenteren zich steevast als de morele waakhonden van de menselijkheid maar een nuchtere analyse laat zien dat hun belangen verstrengeld zijn met het in stand houden van het huidige falende systeem.

De voorgestelde terugkeerhubs zijn bedoeld als locaties buiten de Europese Unie waar uitgeprocedeerde asielzoekers worden opgevangen in afwachting van hun definitieve vertrek naar het land van herkomst. Vanuit een humanistisch oogpunt valt er veel te zeggen voor dit model omdat het de aanzuigende werking van een verblijf in Europa wegneemt. De huidige praktijk is dat wie eenmaal voet op Europese bodem zet zelden nog vertrekt ook als er geen recht op bescherming is. Dit creëert een levensgevaarlijk perverse prikkel voor duizenden mensen om hun leven te wagen op de Middellandse Zee. Het werkelijke humanisme ligt niet in het faciliteren van gevaarlijke overtochten maar in het creëren van duidelijkheid aan de buitengrens. De hubs kunnen de druk op de Europese opvangcentra verlichten waar de veiligheid van zowel medewerkers als bewoners steeds vaker in het geding is door overbezetting en geweldsincidenten.

Toch zien we dat ngo’s zoals de International Rescue Committee en diverse andere vluchtelingenorganisaties een gezamenlijk front vormen tegen deze plannen. Hun narratief is voorspelbaar en eenzijdig waarbij de hubs worden weggezet als rechteloze gevangenissen in onveilige landen. Hoewel de juridische borging en de leefomstandigheden in dergelijke centra uiteraard kritisch gevolgd moeten worden is de motivatie achter deze felle weerstand van de ngo’s vaak minder onbaatzuchtig dan zij doen voorkomen. Deze organisaties zijn in de loop der jaren uitgegroeid tot machtige instituten die voor hun voortbestaan volledig afhankelijk zijn van de asielstroom. Zij fungeren als adviseurs voor overheden en ontvangen miljoenen aan subsidies voor de uitvoering van integratieprojecten en juridische bijstand. Wanneer de instroom opdroogt of de regie verplaatst wordt naar locaties buiten Europa verdwijnt daarmee ook hun bestaansrecht en hun financiering.

Het is een publiek geheim dat sommige ngo’s op de Middellandse Zee opereren op een wijze die de grens tussen redding en facilitering doet vervagen. Door migranten vlak voor de kust van Noord Afrika op te pikken en direct naar Europa te vervoeren werken zij onbedoeld of soms zelfs bewust samen met de logistiek van mensensmokkelaars. Dit houdt een dodelijke industrie in stand die jaarlijks duizenden slachtoffers eist. Een werkelijk middenbeleid zou erkennen dat de bescherming van de menselijke waardigheid begint bij het afbreken van dit verdienmodel. De lobby van deze organisaties richt zich echter op het behoud van de status quo omdat elke inperking van de instroom hun eigen positie verzwakt.

Voor de VVD en D66 is de invloed van deze lobbygroepen problematisch omdat het de partijen dwingt tot een naïviteit die de kiezer niet langer accepteert. De liberalen beroepen zich graag op internationale verdragen maar negeren daarbij vaak de veranderde demografische en maatschappelijke context. De cijfers laten zien dat een aanzienlijk deel van de asielzoekers geen vluchteling is in de klassieke zin van het woord maar een economische migrant die gebruikmaakt van een overbelast systeem. Veel jonge mannen die zich presenteren als Syrische vluchtelingen blijken bij nader inzien al jarenlang in stabiele landen zoals Turkije te hebben gewoond of daar zelfs te zijn opgegroeid. De verhalen over het weigeren van militaire dienst onder het regime van Assad zijn vaak geregisseerde verklaringen die door advocaten en tolken worden ingefluisterd om de kans op een status te maximaliseren.

De maatschappelijke weerstand tegen deze ongebreidelde instroom groeit in heel Europa omdat de integratie in complexe westerse samenlevingen moeizaam verloopt. Het is een illusie te denken dat een grote groep laagopgeleide migranten op korte termijn een bijdrage zal leveren aan de arbeidsmarkt. Onderzoek wijst uit dat het vaak generaties duurt voordat er sprake is van een netto positieve economische bijdrage. In de tussentijd worden deze mensen gehuisvest in een maatschappij waar zij zich vaak niet thuis voelen en waar hun culturele achtergrond botst met de liberale waarden. Dit leidt tot frustratie bij zowel de nieuwkomer als de ontvangende samenleving.

Het is tijd dat de politieke partijen in het midden zich laten voorlichten door onafhankelijke instituten in plaats van door partijen die zelf een financieel belang hebben bij het asielbeleid. De ngo’s zijn onderdeel geworden van de asielketen en kunnen daarom niet langer als neutrale adviseurs worden beschouwd. Een rationeel beleid kijkt naar de feiten en de lange termijn gevolgen voor de sociale cohesie. De terugkeerhubs kunnen een essentieel onderdeel zijn van een streng maar rechtvaardig systeem waarbij hulp wordt geboden aan wie het echt nodig heeft terwijl degenen die geen recht hebben op verblijf direct worden ontmoedigd.

De discussie over de EU terugkeerwet wordt nu vertroebeld door emotionele chantage en morele claims die bij nader inzien vooral de belangen van de organisaties zelf dienen. De angst dat rechtse of zelfs extreemrechtse partijen de subsidiekraan naar deze ngo’s willen dichtdraaien is voor deze clubs een drijfveer om zich fel tegen elke vorm van strenger beleid te verzetten. Dit creëert een ongezonde dynamiek waarbij politieke besluitvorming wordt gegijzeld door organisaties die niet democratisch gelegitimeerd zijn maar wel een enorme invloed uitoefenen op het publieke debat.

Als we vanuit een humanistisch perspectief naar de wereld kijken moeten we durven concluderen dat het huidige systeem onmenselijk is. Het dwingt mensen in bootjes en houdt hen voor dat er in Europa een gouden toekomst wacht terwijl de realiteit vaak bestaat uit jarenlange onzekerheid en sociale uitsluiting. De terugkeerhubs bieden een uitweg uit deze impasse door de regie terug te leggen bij de staat en de grenzen van de solidariteit te bewaken. De liberale partijen moeten de moed opbrengen om de banden met de asiel lobby door te snijden en te kiezen voor een beleid dat gebaseerd is op realiteit in plaats van op wensdenken. Alleen dan kan het draagvlak voor echte vluchtelingen behouden blijven en kan de Europese samenleving de uitdagingen van de toekomst aan. Het is geen kwestie van rechts of links maar van verantwoordelijkheid nemen voor de stabiliteit van de eigen regio en het beëindigen van een systeem dat meer slachtoffers maakt dan het beschermt.

, ,