Tien jaar na het faillissement van V&D is het landschap van de Nederlandse binnenstad onherkenbaar veranderd. Waar ooit de grootwinkelbedrijven als ankers van het stadscentrum fungeerden, zien we nu een lappendeken van kleine ondernemers, horeca en tijdelijke concepten die de vrijgekomen ruimten opvullen. Het faillissement van V&D bracht destijds een golf van onzekerheid teweeg. Hoe kon een warenhuis dat zo diep in de Nederlandse cultuur geworteld was verdwijnen? Het antwoord daarop vertelt een breder verhaal over veranderend consumentengedrag, stijgende kosten, internationalisering en de teloorgang van de klassieke warenhuismodel dat ooit onaantastbaar leek.

Wie vandaag de voormalige gebouwen van Vroom & Dreesmann binnenloopt ziet hoe grondig de tijd heeft toegeslagen. Waar ooit een soort binnenwereld bestond die hele gezinnen trok, verschijnen nu meerdere huurders onder hetzelfde dak. Flexibele indelingen met sportscholen, kantoren, winkels in het middensegment en horeca. Dit is geen toeval. De tijd van één grote huurder in een immens pand is voorbij. Vastgoedeigenaren hebben geleerd dat het risico te groot is geworden om zulke gigantische oppervlakten aan één retailer toe te vertrouwen. Het faillissement van V&D heeft die les in het collectieve geheugen van de vastgoedsector gegrift.

Maar het verhaal stopt niet bij V&D. Ook andere grote namen die ooit het straatbeeld bepaalden, hebben hun grip verloren. Hudsons Bay nam in eerste instantie een deel van de leeggekomen panden over. De verwachtingen waren hoog. Een internationaal warenhuis dat de leegte kon opvullen en misschien zelfs een nieuwe glans kon brengen. Binnen enkele jaren was het experiment echter alweer voorbij. In 2019 vertrok Hudsons Bay volledig uit Nederland. De hoge kosten en het gebrek aan aansluiting bij de Nederlandse markt maakten voortzetting onmogelijk.

De Bijenkorf is het enige klassieke warenhuis dat nog overeind staat, maar dan in een totaal andere vorm dan vroeger. Waar de winkelketen ooit een breed netwerk van filialen had, zijn er nu nog slechts enkele vestigingen over. De strategie is volledig verschoven naar een premium positie. Minder winkels maar meer luxe en een nadrukkelijkere focus op toerisme en een internationaal publiek. De Bijenkorf heeft geleerd dat overleven niet betekent vasthouden aan massa maar juist aan scherpte en exclusiviteit. De rest is onhoudbaar.

Ook Blokker staat symbool voor een periode waarin grote winkelketens dachten dat schaal het antwoord was op alles. Wat ooit een nationaal bereik kende en haast automatisch de consument aantrok, verloor binnen één decennium zijn vanzelfsprekendheid. Blokker heeft zichzelf meerdere keren opnieuw moeten uitvinden. De keten krimpt, verschuift van strategie en probeert zich opnieuw te positioneren. In die voortdurende zoektocht zien we hetzelfde mechanisme als bij de grote warenhuizen. Het fundament van het lang bestaande winkelmodel brokkelt af omdat de wereld waarin het ooit logisch was volledig veranderd is.

De consument heeft zich namelijk allang aangepast. Het internet heeft een eind gemaakt aan de vanzelfsprekendheid van fysieke volume winkels. Waar de warenhuizen vroeger de rol van verzamelplek vervulden, bieden moderne webwinkels een oneindig digitaal schap dat elke vergelijking mogelijk maakt en bijna altijd goedkoper lijkt. De functie van het warenhuis als een plek waar men zich kon oriënteren bestaat niet meer in de oude vorm. Online platformen hebben die rol overgenomen en doen dat met meer snelheid, meer gemak en meer transparantie. Een wereld waarin je vroeger naar één of twee winkels ging om te zien wat er te koop was is vervangen door een wereld waarin alles altijd beschikbaar is.

Daar komt bij dat de kosten van fysieke winkels structureel zijn gestegen. Huurprijzen in binnensteden bleven toenemen terwijl de marges onder druk stonden. Bedrijven die op grote oppervlakte draaien hebben geen flexibiliteit. Ze zitten vast aan gigantische panden die alleen met enorme bezoekersaantallen rendabel blijven. Zodra die aantallen teruglopen wordt de constructie onhoudbaar. Dit is precies wat er gebeurde bij V&D, bij Hudsons Bay en in mindere mate bij Blokker. De winkels waren gebouwd voor een tijdperk waarin de consument geen alternatief had. Nu dat alternatief alles overheerst, stort het fundament in.

De nieuwe invulling van voormalige warenhuizen vertelt een optimistischer verhaal. Steden worden weer diverser. Waar vroeger één grote speler domineerde, ontstaat nu een ecosysteem van ondernemers die elkaar aanvullen. De binnenstad wordt minder voorspelbaar, maar ook dynamischer. In plaats van de uniforme uitstraling van grote ketens komt een mengeling van niche winkels, horeca, creatieve werkruimten en startende bedrijven. Vastgoedeigenaren zien dat spreiding van risico niet alleen verstandig is maar ook bijdraagt aan een aantrekkelijker stadsbeeld. De behoefte aan beleving vervangt de behoefte aan massa. Mensen bezoeken de stad voor sociale ontmoetingen, horeca en unieke ervaringen. Niet meer alleen voor producten.

Toch blijft het verlies van de oude warenhuizen een cultureel moment. Ze waren plekken waar je niet alleen kocht maar waar je rondkeek, proefde en ontdekte. De rol die zij vervulden was sociaal en vertrouwd. Het verdwijnen ervan markeert een einde aan een tijdperk waarin fysieke winkels vanzelfsprekend waren. De vraag is nu hoe de nieuwe generatie retail dit gat blijft opvullen. De trend wijst richting een hybride model waarin online het fundament is en fysieke winkels vooral een ervaringsfunctie krijgen. Kleinere winkels, minder voorraad maar meer beleving. Ruimten die niet dienen als magazijn maar als ontmoetingsplek en merkervaring.

Het is begrijpelijk dat sommige mensen het jammer vinden dat de grote warenhuizen zijn verdwenen. Ze vormden een stuk nostalgie in een snel veranderende wereld. Toch laat de geschiedenis zien dat elke economische cyclus ruimte maakt voor vernieuwing. De leegstand die men vreesde toen V&D viel is grotendeels gevuld. De nieuwe invulling biedt zelfs meer veerkracht dan het oude model ooit kon. Een warenhuis dat valt neemt al zijn functies mee het ravijn in. Een pand dat onderverdeeld is in meerdere kleinere huurders kan zich steeds opnieuw aanpassen aan de vraag. Het is evolutionair sterker.

De komende jaren zullen nog meer grote winkelketens worstelen met deze realiteit. Alleen bedrijven die hun fysieke aanwezigheid weten te herdefiniëren maken kans op langdurige overleving. De rest zal hetzelfde pad volgen als de iconen uit het verleden. Dit betekent niet dat de stad sterft. Het betekent dat de stad transformeert. In plaats van eenrichtingsmodellen waarin enkele reuzen de dienst uitmaken, krijgen we een landschap waarin flexibiliteit en creativiteit de boventoon voeren. Een landschap dat beter past bij de moderne consument die vrijheid verwacht en geen noodzaak voelt om zich te binden aan vaste patronen.

Tien jaar na het faillissement van V&D is duidelijk dat het klassieke warenhuis nooit meer terugkomt. Niet omdat het niet geliefd was maar omdat de wereld waarin het functioneerde verdwenen is. Het verdwijnen van Hudsons Bay, de krimp van de Bijenkorf en de worsteling van Blokker bevestigen dat het oude model niet langer levensvatbaar is. De nieuwe stad waarin meerdere huurders één pand delen is geen zwaktebod. Het is een teken van een economie die zich aanpast aan de tijd. En zoals altijd in tijden van verandering opent elke sluiting de deur naar nieuwe mogelijkheden. De binnenstad zal daarom niet leeglopen, maar opnieuw vorm krijgen. Anders dan vroeger maar misschien wel sterker dan ooit.

,