Europa ziet zichzelf graag als het morele kompas van de wereld waar vooruitgang pas waardevol is als zij gepaard gaat met bescherming. Het continent is gebouwd op de overtuiging dat technologische ontwikkeling nooit ten koste mag gaan van privacy, werknemersrechten of menselijke waardigheid. Maar juist die beschermingsdrang verandert steeds vaker in een zelfgecreëerde gevangenis. Terwijl de Verenigde Staten en China ongekende stappen zetten in kunstmatige intelligentie, biotechnologie en digitale infrastructuur raakt Europa steeds verder achterop. Niet door gebrek aan talent of creativiteit, maar door een bureaucratisch klimaat waarin vooruitgang wordt onderworpen aan lagen van regels, commissies, verplichtingen en juridische onzekerheden. Europa stuurt op remmen, terwijl de rest van de wereld versnelt.
De kwetsbaarheid van het Europese systeem wordt het duidelijkst zichtbaar bij startups. Technologische innovatie begint bijna nooit bij een multinational maar in een ruimte waar een klein team grote ideeën probeert te testen. In Europa wordt juist die fase verstikt door regels die risico’s niet tolereren. Een jonge ondernemer die een eerste medewerker wil aannemen weet dat dit meteen een langjarige verplichting creëert. In Nederland, Duitsland en België is het vrijwel onmogelijk om personeel af te schalen als de markt tegenzit. De bescherming die een werknemer stabiliteit biedt wordt voor startups een rem op groei. Ondernemers weten dat één verkeerde hire een jaar aan loonkosten kan betekenen en dat maakt Europese startups terughoudend en langzaam. In Silicon Valley is het precies andersom. Groei komt eerst, regels komen later. In Europa moet groei altijd onder voorbehoud van regels plaatsvinden en daardoor komt vooruitgang vaak helemaal niet meer.
Daarbovenop ligt een complex landschap aan verplichtingen die werkgevers zelf moeten dragen. Denk aan langdurige loondoorbetaling bij ziekte, uitgebreide re-integratie, verzekeringen, administratieve rapportages en arboregels die zelfs voor multinationals ingewikkeld zijn. Voor startups zijn ze soms verlammend. In veel Europese landen is ondernemerschap een oefening in risicomanagement geworden, terwijl het in de Verenigde Staten en China vooral draait om kansen benutten. Europese overheden bieden medewerkers talloze voorzieningen terwijl werkgevers verantwoordelijk worden gemaakt voor vrijwel alle risico’s die mis kunnen gaan. Dit heeft een direct effect op innovatie want het ontmoedigt oprichting, experiment en snelle groei.
Toch wordt de kloof nergens zo schrijnend zichtbaar als in de wereld van kunstmatige intelligentie. AI heeft één grondstof nodig. Data. En juist toegang tot data is in Europa problematisch door het strenge interpretatiekader van de privacywetgeving. De Algemene Verordening Gegevensbescherming werd ontworpen met het nobele doel burgers te beschermen tegen misbruik van hun gegevens. Maar in de praktijk maakt de wet het bijna onmogelijk om AI-systemen te trainen op grote datasets. Hierdoor missen Europese modellen de schaal die in de Verenigde Staten en China wel haalbaar is. De kloof in mogelijkheden groeit elk jaar.
De voorbeelden stapelen zich op. Stability AI dat begon als Europees initiatief, verplaatste vrijwel al zijn kernactiviteiten naar de Verenigde Staten, omdat het trainen van modellen op Europese bodem juridisch te riskant werd. De CEO sprak openlijk uit dat Europa een fort van regels is waar innovatie nauwelijks nog kan ontstaan. Aleph Alpha een van de meest veelbelovende Duitse AI bedrijven waarschuwt dat investeerders terughoudend worden doordat de Europese regelgeving onvoorspelbaar is en veel hogere kosten oplevert. Mistral AI in Frankrijk wordt geprezen als tegenhanger van Amerikaanse bedrijven maar koos bewust voor samenwerking met Amerikaanse infrastructuur omdat Europese datakaders het bedrijf te weinig ruimte zouden bieden voor groei op wereldschaal. Meta bracht zijn LLaMA model niet meteen in Europa uit omdat men twijfelde of de gebruikte trainingsdata onder GDPR viel. Google, Meta en OpenAI gaven al herhaaldelijk aan dat de Europese AI Act innovatie dreigt te belemmeren vóórdat zij kan ontstaan. Zelfs OpenAI stelde op een gegeven moment dat het opereren in Europa mogelijk niet haalbaar zou zijn als de regelgeving te strikt zou worden.
Ook buiten AI bestaat dezelfde trend. In de biotechnologie zoeken Europese onderzoekers steeds vaker financiering in de Verenigde Staten omdat klinische studies daar sneller, goedkoper en minder bureaucratisch verlopen. Galapagos, ooit een kroonjuweel van de Europese biotech, voert een groot deel van zijn innovatieprogramma’s in de Verenigde Staten uit. Vroege CRISPR onderzoeksgroepen uit Europa verhuisden naar Amerikaanse universiteiten omdat de Europese ethische commissies en toelatingsprocedures veel trager werken. In robotics bleek het voor bedrijven zoals het Duitse Magazino en het Nederlandse Fizyr bijna onmogelijk om autonome robots in real life omgevingen te testen omdat aansprakelijkheidsregels dat niet toestaan. Testfaciliteiten werden daarom verplaatst naar de Verenigde Staten en Azië waar de regelgeving experiment juist stimuleert. Zelfs in quantum computing verliezen Europese instituten onderzoekers aan Amerikaanse labs omdat de financiering daar wél snel wordt vrijgegeven en de administratieve last vele malen kleiner is.
Deze opeenstapeling van voorbeelden laat zien dat Europa niet alleen risico’s beperkt, maar kansen saboteert. Het continent heeft talent, kennis en infrastructuur, maar mist de ruimte om te experimenteren. De ironie is pijnlijk. Europese regels zijn ontworpen om burgers te beschermen tegen de macht van grote bedrijven maar in de praktijk beschermen ze vooral de positie van Amerikaanse en Chinese techgiganten. Startups die in Europa hadden kunnen uitgroeien tot tegenhangers verdwijnen naar het buitenland nog voordat zij kans hebben gekregen het speelveld te betreden. ASML is het levende bewijs dat Europa wél tot wereldleiders kan behoren, maar analisten zijn het erover eens dat een bedrijf als ASML onder het huidige regelklimaat nooit meer had kunnen ontstaan. Het Europese beleid van vandaag sluit de deur voor de kampioenen van morgen.
Europa staat nu op een kantelpunt. Het continent heeft de waarden die het zelf koestert tot het uiterste doorgevoerd, maar ontdekt dat absolute bescherming niet samengaat met absolute innovatiekracht. De vraag is niet of regels nodig zijn maar of regels in verhouding blijven tot de wereld waarin Europa wil meedraaien. Terwijl de Verenigde Staten flexibiliteit bieden en China massaal investeert, probeert Europa vooruitgang te reguleren voordat zij überhaupt bestaat. Het resultaat is dat innovatie vertrekt, kapitaal volgt en bedrijven elders de toekomst bouwen.
De uitdaging voor Europa is om zijn waarden te behouden zonder zichzelf te verstikken. Als het continent innovatie wil stimuleren moet het leren dat vooruitgang ruimte nodig heeft. Ondernemers moeten kunnen groeien zonder dat één fout besluit hen een jaar aan lasten oplevert. Onderzoekers moeten kunnen experimenteren zonder dat elke dataset juridisch onbruikbaar blijkt. Startups moeten kunnen opschalen zonder dat compliance de helft van hun budget opslokt. Pas wanneer Europa begrijpt dat bescherming en vooruitgang samen moeten lopen en niet tegenover elkaar mogen staan kan het continent opnieuw ontstaan als broedplaats voor technologie die de wereld verandert.
