Nederland verschijnt online vaak als een soort mini versie van het Britse of Spaanse koloniale imperium. Een land dat overal vlaggen zou hebben geplant en de halve planeet zou hebben leeggeroofd. Dat beeld leeft vooral op sociale media en klinkt overtuigend voor wie de geschiedenis alleen kent in brede karikaturen. Maar het klopt nauwelijks met de werkelijkheid. Nederland bezat nauwelijks klassieke kolonies en werd vooral rijk door iets anders. Handel, scheepvaart en financiële innovatie.

Het is even goed om te erkennen dat Nederland wel degelijk een duistere rol heeft gespeeld in slavernij en gewelddadige onderdrukking. Dat is een onontkoombaar deel van de geschiedenis waar niets aan geromantiseerd hoeft te worden. Maar de oorsprong van de Nederlandse rijkdom ligt niet in het bezit van uitgestrekte kolonies. Die waren er namelijk bijna niet.

De Republiek ontwikkelde zich in de zeventiende eeuw tot een handelsmacht die nauwelijks territorium bezat maar wereldwijd handelsnetwerken bouwde. Factorijen, handelsposten en forten bepaalden de aanwezigheid van de VOC en WIC. Kleine enclaves waar handel werd gedreven en schepen werden bevoorraad. Geen groot land met miljoenen inwoners dat werd bestuurd zoals de Britten dat deden in India of de Spanjaarden in Zuid Amerika. Het Nederlandse model was dat van maritieme controle en financiële slimheid.

Java werd later de uitzondering. Daar ontstond wel een koloniaal bestuur dat verder ging dan handel. Suriname was formeel een kolonie maar economisch bleef het beperkt en kwetsbaar. Een plantage economie die voor een kleine groep investeerders winstgevend was maar nooit een dragende pilaar onder de Nederlandse welvaart. Het idee dat Nederland rijk is geworden dankzij Suriname of de Antillen is historisch eenvoudig niet houdbaar.

Veel landen riepen de Nederlanders juist binnen. Niet als onderdrukkers maar als tegenwicht tegen andere Europese machten. Een voorbeeld is Siam, het huidige Thailand. Het speelde Europese rivalen tegen elkaar uit en maakte bewust gebruik van Nederlandse aanwezigheid om Britse ambities te temperen. In Azië en Afrika zagen lokale heersers vaak voordeel in samenwerking met Nederlandse handelaren omdat de VOC geen territoriale overheersing eiste maar handelsrechten.

Dat model werkte. Nederland werd rijk met koopmanschap, scheepvaart, verzekeringen, leningen, banken en een open economie. Amsterdam werd het financiële centrum van Europa omdat het de handel faciliteerde en internationaal kapitaal aantrok. De Republiek was een netwerk, geen wereldrijk.

De donkere bladzijde blijft dat dit systeem ook slavernij mogelijk maakte. Niet door enorme koloniale landbouwgebieden zoals in het Britse of Portugese rijk maar door handel in mensen via de Atlantische driehoek en door arbeid op plantages die werden gefinancierd door Nederlandse investeerders. De morele schuld daarvan is onmiskenbaar. Maar het is geen bewijs dat Nederland zijn rijkdom dankt aan territoriale verovering.

De populariteit van het idee van de Nederlandse superkoloniale macht laat vooral zien hoe slecht nuance het doet op sociale media. Daar wint het grote verhaal. Maar de feiten zijn minder romantisch en minder dramatisch tegelijk. Nederland werd rijk met handel en banken en niet met een wereldrijk. De rol in slavernij blijft een pijnlijk onderdeel van dat verhaal maar het grote koloniale beeld klopt niet. Het is historisch simpelweg niet wat er gebeurde.

,