Wie al langer meedraait op internet kent het patroon. Een influencer toont twee foto’s, eentje gemaakt met een iPhone en eentje met een Samsung. De Samsung is net wat scherper, net wat helderder, net wat overdrevener bewerkt. In de reacties duikt vervolgens een leger Samsung fans op dat doet alsof een wereldschokkende waarheid is onthuld. Ondertussen haalt de gemiddelde iPhone gebruiker zijn schouders op en leest door. Dat contrast lijkt een klein internetfenomeen maar het vertelt iets groters over de manier waarop deze twee merken hun identiteiten hebben opgebouwd en hoe hun gebruikers zich gedragen.

De oorsprong van deze tegenstelling ligt in het begin van het smartphone tijdperk. Apple zette met de eerste iPhone een compleet nieuw product in de markt. Niet alleen een toestel maar een manier van werken. De filosofie was dat een telefoon geen kleine computer hoefde te zijn maar een verlengde van je leven waarin alles vanzelf moest gaan zonder instellingen, zonder gedoe, zonder foutmeldingen. Gebruiksgemak werd geen functie maar een onderdeel van de identiteit van het merk.

Samsung daarentegen kwam uit een andere traditie. Het bedrijf was technologisch gedreven en bouwde al jaren hardware waarin specificaties centraal stonden. Meer megapixels, meer geheugen, meer opties, meer kleuren, meer functies. Toen Apple de iPhone introduceerde, viel Samsung in een rol die ze eigenlijk nooit meer is kwijtgeraakt. Ze moesten concurreren met iets wat niet in cijfers te vangen was. Daarom werden de cijfers zelf een identiteit. Het specificatieargument werd een cultuur en uiteindelijk een vorm van marketing die nog altijd de toon zet.

Die tegenstelling bepaalt tot op de dag van vandaag hoe beide groepen gebruikers reageren. Apple gebruikers kiezen niet voor specificaties, maar voor het totale pakket dat gewoon werkt. Dat is een emotioneel argument dat vrijwel onmogelijk te bestrijden is met een lijst cijfers. Het verklaart ook waarom Apple gebruikers nooit de behoefte voelen om Apple actief te verdedigen in discussies. Als het werkt, werkt het. De rest is ruis.

Samsung gebruikers daarentegen hechten hun identiteit aan de cijfers die ze krijgen voorgeschoteld. De marketing van Samsung bevestigt dit voortdurend door Apple frontaal aan te vallen, vaak nog voordat er überhaupt een nieuw product is gekomen. De beroemde reclame waarin Apple gebruikers als schaapjes in een rij werden gezet was geen grap maar een strategische keuze. Samsung besloot zijn identiteit te baseren op het zijn van een tegenbeweging. Niet de marktleider maar de uitdager, niet het gebruiksgemak maar de technologische superioriteit. Dit schept een psychologische structuur die sterk lijkt op tribaal consumentengedrag. Een deel van de fanbase voelt zich niet gewoon gebruiker maar verdediger van een ideologie. Wie een iPhone koopt is volgens deze logica een slachtoffer van marketing terwijl de Samsung gebruiker zichzelf ziet als de rationele denker die door de façade kijkt.

Toch speelt in het Westen nog een andere laag mee die het beeld nog scherper maakt. Samsung bestaat hier namelijk grotendeels bij de gratie van het budgetsegment. Het merendeel van de verkochte Samsung toestellen behoort helemaal niet tot de vlaggenschepen die in marketingcampagnes worden neergezet als superieure alternatieven voor de iPhone. De meeste consumenten kopen juist de midrange of goedkope Samsung modellen die elk jaar in enorme aantallen verschijnen. Deze gebruikers kopen geen Samsung omdat ze geloven in een technologische missie, maar simpelweg omdat ze een betaalbare telefoon willen die doet wat nodig is. Voor de overgrote meerderheid heeft het merk nul emotionele lading.

Dat maakt de online dynamiek eigenlijk wrang. De felste verdedigers van Samsung zijn zelden de mensen die een budgetmodel kochten. Het zijn de kleine, maar extreem vocale, groep fans die zich identificeren met de merkretoriek van Samsung als de rationele uitdager van Apple. Het grootste deel van de Samsung gebruikers heeft daar geen enkele boodschap aan. Zij wilden gewoon een betaalbaar toestel en hebben verder geen mening over ecosystems, integratie, beveiliging of softwarekwaliteit. Het zijn de hoogst betalende segmenten die zichzelf een rol als missionaris aanmeten.

Voor Apple is de situatie precies omgekeerd. Apple verkoopt geen budgettoestellen en maakt geen onderscheid tussen markten met verschillende prijspunten. Wie een iPhone koopt, kiest voor het ecosysteem. Niet omdat het de goedkoopste keuze is, maar omdat het geheel als pakket klopt. Het gemak waarmee een iPhone samenwerkt met een MacBook, een iPad, AirPods of een Apple Watch is geen bijproduct maar een bewuste strategie. Het creëert een gebruikservaring die zich niet laat vangen in cijfers. En juist omdat Apple gebruikers hun keuze baseren op dagelijkse praktijk in plaats van marketingclaims, voelen zij nooit de noodzaak om Apple te verdedigen. Er valt niets te verdedigen. Het werkt en daarmee is de discussie voorbij.

Dit psychologische verschil verklaart waarom Apple gebruikers vrijwel nooit reageren op Samsung aanvallen. Samsung verkoopt een strijd. Apple verkoopt rust. De fans reageren precies zoals deze filosofieën voorspellen. De Samsung fan die zijn identiteit opbouwt rond specificaties voelt kritiek op Samsung alsof het kritiek op hemzelf is. De Apple gebruiker die een iPhone kiest voor gemak en betrouwbaarheid blijft volledig onaangedaan omdat het technische argument nooit de basis van de keuze was.

De ironie is dat Samsung Apple voortdurend blijft aanvallen, met commercials, campagnes en influencer content, terwijl het merendeel van de Apple gebruikers die aanvallen niet eens ziet, laat staan serieus neemt. De dynamiek is dus volledig asymmetrisch. Samsung schreeuwt, Apple zwijgt en de gebruikers gedragen zich precies zoals de merken hen geprogrammeerd hebben.

In Zuid Korea, het thuisland van Samsung, wordt deze tegenstelling nog zichtbaarder. Onder jongeren wint de iPhone ieder jaar terrein. Niet door dure marketing maar door sociale functionaliteit, betrouwbaarheid en het feit dat het Apple ecosysteem in vriendengroepen het soepelst werkt. Een ironisch contrast dat laat zien dat zelfs waar Samsung cultureel verankerd is, de aantrekkingskracht van een consistent ecosysteem sterker is dan elke specificatiecampagne.

Wie dit alles bij elkaar optelt, ziet dat de voortdurende strijd tussen Apple en Samsung in werkelijkheid door maar een paar procent van de gebruikers wordt gevoerd. De rest kiest gewoon wat past bij hun leven. Maar omdat die kleine groep zo luid is, lijkt het alsof er een culturele oorlog woedt. In werkelijkheid is het slechts de echo van twee totaal verschillende merkfilosofieën. Samsung verkoopt technologie als identiteit. Apple verkoopt gemak als ervaring. De rest is ruis.