Er waait een merkwaardige nieuwe trend door steden en dorpen. De opkomst van brillen die onopvallend kunnen filmen is eerst langzaam en wat onwennig begonnen, maar de afgelopen maanden lijkt de adoptie te versnellen. Het begon als een futuristisch snufje voor techliefhebbers die graag vastleggen wat zij zien tijdens een wandeling, een festival of een fietstocht. Maar net zoals elke technologische vernieuwing die de grens tussen privé en publiek vervaagt, verschijnt er nu een donkere onderstroom van wantrouwen die steeds sterker voelbaar is in het dagelijks leven.

Wie tegenwoordig een zonnebril op heeft die iets weg heeft van een Rayban of een vergelijkbaar merk, merkt soms de blikken op straat. Mensen turen langer, alsof zij proberen te ontcijferen of er een camera in het montuur verstopt zit. Niet omdat zij daar nieuwsgierig van worden, maar omdat veel mensen het idee niet kunnen verdragen dat zij zonder toestemming gefilmd worden. En dat ongemak gaat veel verder dan de bril zelf, want steeds vaker bevraagd men niet alleen de drager, maar ook het product of merk dat deze trend heeft mogelijk gemaakt.

De brillen die kunnen filmen worden via grote platforms aangeprezen als onschuldig, leuk en handig. Ze zijn licht, betaalbaar en laten je handsfree filmen. De eerste lichting werd vooral gekocht door sporters en reizigers die de bril zagen als een subtieler alternatief voor een grote actiecamera. Maar inmiddels groeit het aanbod snel, en daarmee ook het aantal modellen waarbij de zichtbaarheid van het opname lampje is aangepast of zelfs volledig uitgeschakeld. Sommige webwinkels adverteren dit zelfs expliciet en laten daarbij doorschemeren dat zij weten wat de koper ermee wil doen. Dat is precies het punt waarop een technologische innovatie verandert in een maatschappelijke discussie.

De negatieve reacties op sociale media laten een duidelijke trend zien. Mensen klagen dat zij tijdens het sporten in de gym voortdurend moeten opletten of iemand hen niet ongevraagd filmt. Festivals en clubs hebben al publiekelijke waarschuwingen geplaatst dat filmen met dit soort brillen niet is toegestaan. Horecagelegenheden denken na over verbodsborden naast de gebruikelijke regels voor huisdieren en roken. Het algemene sentiment begint zelfs iets paranoïde te krijgen, want niemand weet meer goed welke bril wat doet en of er ergens een verborgen rode dot zou moeten branden.

Rayban bevindt zich in een ingewikkelde positie. Hun smartglasses in samenwerking met Meta waren bedoeld als een lifestyleproduct, een veredelde wearable die technologische functionaliteit koppelde aan de klassieke uitstraling van het merk. In het begin leek het een succesformule met een doelgroep die voornamelijk bestond uit content creators en mensen die graag foto’s maken zonder hun telefoon erbij te pakken. De boodschap was dat deze brillen net als smartphones een natuurlijke uitbreiding van het dagelijks leven moesten worden.

Maar technologie laat zich niet altijd in banen leiden. Naarmate er meer imitatieproducten op de markt kwamen, zakte de controle weg. Er verschenen goedkopere versies zonder duidelijke indicatoren en zelfs modellen waarbij de fabrikant suggereerde dat het opname lampje verborgen kon worden om niet op te vallen. Daardoor is er een grijze schaduw over de hele categorie komen te liggen, en het risico bestaat dat dit terugkaatst naar Rayban als merk. Want straks, wanneer iemand op straat een Rayban draagt, kan hij of zij worden aangezien voor iemand die stiekem filmt. De nuance dat het om een normaal montuur kan gaan of een oudere bril zonder camera verdwijnt volledig achter een algemene angst. Zo ontstaat er een nieuw cultureel fenomeen waarin technologische categorieën niet alleen machtig worden, maar ook bedreigend.

Daar zit een dieper maatschappelijk patroon onder. Nieuwe technologie wordt vaak omarmd in de private sfeer, maar de publieke impact wordt pas gevoeld wanneer mensen zich realiseren dat zij zelf onderwerp kunnen worden van die technologie. Smartphones waren een vroeg voorbeeld. Hun camera’s werden steeds beter en steeds kleiner, wat leidde tot discussies over privacy in kleedkamers, klaslokalen en kantoren. Maar bij brillen is het verschil dat de camera totaal onzichtbaar kan zijn en dat het gedrag van degene die filmt niet verandert. Iemand kan net zo natuurlijk zijn hoofd draaien als altijd, maar ondertussen een volledige video maken van iedereen in zijn gezichtsveld.

Die onzichtbaarheid maakt de sociale dynamiek precair. Het ondermijnt vertrouwen tussen onbekenden op straat en zelfs tussen vrienden in informele situaties. Want hoe weet je nog of iemand naar je kijkt of je filmt. De sociale contracten waarop stedelijk leven is gebouwd, stoelen op de verwachting dat er een redelijke balans bestaat tussen privacy en openbaarheid. Je kunt op straat gezien worden, maar er is niet de aanname dat je voortdurend digitaal wordt vastgelegd.

De bril trekt dat hele systeem scheef. Mensen ervaren plots dat hun gezicht kan worden opgeslagen, gedeeld of bewerkt zonder dat zij het weten. In een tijd waarin kunstmatige intelligentie gezichten kan combineren, klonen of manipuleren, voelt dat als een existentiële dreiging die veel verder gaat dan alleen een gadget. Er ontstaat hierdoor zelfs een vorm van protest die we niet vaak zien bij consumententechnologie. Niet georganiseerd, geen klassiek activisme, maar alledaags verzet in de vorm van bijziend wantrouwen en allesbehalve vriendelijke blikken richting iedereen met zo’n montuur op zijn neus.

De vraag dringt zich op of de normalisering van deze filmende brillen wel doorzet of dat de maatschappelijke weerstand te groot wordt. De vergelijking met Google Glass ligt voor de hand. Toen die bril werd geïntroduceerd, leek het alsof een nieuwe technologische revolutie geboren was. Maar binnen een jaar was het narratief volledig omgeslagen. Mensen voelden zich bekeken, gefilmd en beoordeeld. Bars en cafés verboden de bril en eigenaren werden zelfs uitgescholden op straat. Het woord glasshole ontstond als symbool van de sociale afwijzing. Een product dat objectief gezien fascinerend was, werd sociaal onacceptabel.

Het verschil met Google Glass is dat de nieuwe generatie filmende brillen veel subtieler is. Ze zijn niet futuristisch, maar juist klassiek vormgegeven. Daarmee kan de sociale afwijzing zich nog sneller verspreiden. Waar Google Glass door zijn opvallende ontwerp makkelijk te herkennen was, zijn deze brillen niet te onderscheiden van normale zonnebrillen. Dat betekent dat het wantrouwen zich niet alleen richt op de gebruiker van de technologie, maar op iedereen die een zonnebril draagt die lijkt op een model dat kan filmen.

Precies hier ontstaat het gevaar voor merken zoals Rayban. Want wat gebeurt er wanneer het publieke sentiment kantelt en Rayban automatisch wordt geassocieerd met verborgen camera’s. Mode is altijd afhankelijk geweest van de relatie tussen identiteit en uitstraling. Een merk is pas sterk wanneer het vertrouwen wekt en wanneer het staat voor een bepaalde manier van leven. Rayban staat voor vrijheid, coolheid en een iconische uitstraling. Maar dat merkbeeld kan snel beschadigd worden wanneer mensen de brillen gaan associëren met stiekeme opnames. De vraag is of Rayban zichzelf kan loskoppelen van de schaduw van imitatieproducten die hun naam misbruiken of of zij een strategie moeten ontwikkelen om die angst te tackelen.

Een andere vraag die steeds vaker gesteld wordt, is waarom er überhaupt brillen bestaan waarbij het opname lampje uit te schakelen is. Het feit dat deze functie wordt aangeboden, suggereert dat fabrikanten voorsorteren op het gebruik dat tegen de maatschappelijke norm ingaat. De wetgeving lijkt achter te lopen op de realiteit, want in de meeste Europese landen is het filmen zonder toestemming alleen strafbaar wanneer er opzettelijk schade wordt veroorzaakt of wanneer het in een private setting plaatsvindt. Publieke ruimtes vallen vaak onder een grijs gebied. Dat biedt ruimte voor misbruik en creëert een soort technologisch niemandsland waarin de sociale norm het enige vangnet is.

De komende jaren zullen bepalen hoe deze trend zich ontwikkelt. Mogelijk ontstaat er een brede tegenbeweging die zorgt voor nieuwe wetgeving en striktere regels voor camera wearables. Misschien zullen festivals, bedrijven, scholen en overheden standaard verbodsborden plaatsen en worden filmende brillen in steeds meer situaties niet langer toegestaan. Het kan ook zijn dat de technologie zo snel integreert dat mensen wennen aan de constante aanwezigheid van draagbare camera’s. Maar gezien de recente maatschappelijke discussies over privacy, surveillance en data misbruik lijkt dat de minst waarschijnlijke route.

Wat wel zeker is, is dat grote merken zoals Rayban een keuze moeten maken. Zij kunnen niet blijven doen alsof hun product alleen maar een lifestyle accessoire is. De publieke perceptie ontwikkelt zich los van hun marketingboodschap en kan een eigen leven gaan leiden. Als het wantrouwen richting filmende brillen groeit en de angst zich uitbreidt naar alles wat erop lijkt, ontstaat er een risico dat Rayban niet heeft voorzien. De bril die ooit symbool stond voor stijl en vrijheid kan worden gezien als het gezicht van onvrijwillige surveillance. Dat kan een merk niet negeren.

De trend om met filmende brillen rond te lopen zegt veel over de tijd waarin we leven. Technologie schuift steeds meer grenzen op en dwingt ons na te denken over wat wij acceptabel vinden in het publieke domein. Het legt bloot hoe kwetsbaar onze sociale contracten zijn en hoe makkelijk een gadget dat even handig als onschuldig lijkt, een bron van wantrouwen kan worden. Maar het laat ook zien hoe snel merken reputatieschade kunnen oplopen door ontwikkelingen waar zij zelf maar beperkt grip op hebben.

Wat begon als een hype die vooral door nieuwsgierigheid werd gedreven, groeit nu uit tot een maatschappelijk debat over vertrouwen, privacy en de vraag wie eigenaar is van dat wat jij in het openbaar met je eigen ogen ziet. En misschien is dat de belangrijkste les die de stille opmars van de filmende brillen zichtbaar maakt, dat de grens tussen kijken en bekeken worden dunner is geworden dan ooit. Dat is de realiteit waar merken, gebruikers en voorbijgangers op straat mee moeten leren omgaan.

,