Het idee dat België en Nederland weer één land zouden vormen klinkt voor veel mensen als een borrelpraat fantasie. Toch duikt het steeds vaker op in serieuze discussies. In België spreken sommige Vlaamse politici openlijk hun sympathie uit voor een nauwere unie met Nederland of zelfs voor een politieke samensmelting binnen een bredere Benelux samenwerking. De Vlaamse partijleider Bart De Wever sprak recent over een intieme unie tussen de Benelux landen en andere Vlaamse bestuurders lieten weten niet per se tegen één land met Nederland te zijn. In Nederland verschijnen opiniestukken die spelen met het scenario van een herenigd Nederland en België en schetsen hoe zo een land er economisch en geopolitiek uit zou zien.
Wat ooit pure geschiedenis leek komt zo weer even aan de oppervlakte. Want België en Nederland hebben al eerder samen onder één kroon geleefd. In de negentiende eeuw bestond het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden waarin Noord en Zuid in één staat werden samengebracht na de Napoleontische tijd. Het experiment duurde maar vijftien jaar en eindigde met de Belgische opstand. Toch heeft die periode diepe sporen nagelaten in taal, economie en cultuur. Ook later keerde het idee terug in de vorm van het Grootneerlandisme, een stroming die streefde naar staatkundige vereniging van Vlaanderen en Nederland binnen een Nederlandstalige staat.
Vandaag komt het idee vooral terug in een andere gedaante. Niet als romantisch groot Nederland maar als pragmatische vraag. Zou een fusie of extreem nauwe samenwerking tussen België en Nederland in het huidige Europa voordelen opleveren. En zo ja voor wie dan precies.
Een eerste blik op de cijfers maakt meteen duidelijk waarom mensen hierover fantaseren. Nederland en België zijn allebei open economieën met sterke exportsectoren. Samen zouden zij rond de dertig miljoen inwoners tellen en een gezamenlijke economie vormen die in een Benelux constellatie richting de vierde plek in de Europese Unie gaat gemeten naar economische omvang. Zowel de haven van Rotterdam als die van Antwerpen behoren tot de logistieke motoren van Europa en dezelfde regio huisvest een concentratie van chemie, farmacie, agrofood, creatieve industrie en diensten die internationaal zeldzaam is.
Als één politieke entiteit zouden België en Nederland samen een zwaarder gewicht in de Europese Raad en andere Brusselse instellingen krijgen. Nu moeten beide landen coalities zoeken met anderen om gewicht in de schaal te leggen terwijl zij in veel dossiers al vergelijkbare standpunten innemen over handel, rechtsstaat en interne markt. Onderzoekers en adviesraden benadrukken al jaren dat Benelux samenwerking als voorhoede kan dienen binnen de Europese Unie en laat zien hoe grensoverschrijdende integratie praktisch kan werken. Een verenigde staat zou die logica nog verder doortrekken.
Economisch zijn er ook directe schaalvoordelen denkbaar. Minder doublures in regulering, inspecties en vergunningen. Eén grote markt voor arbeid en dienstverlening in plaats van twee kleinere die in de praktijk toch al sterk vervlochten zijn. Bedrijven die nu aparte juridische structuren in beide landen onderhouden zouden eenvoudiger kunnen opereren. Innovatiebeleid, klimaatbeleid en infrastructuur planning zouden geïntegreerd kunnen worden waardoor investeringen meer rendement opleveren. Universiteiten en onderzoeksinstellingen uit Leuven, Gent, Brussel, Amsterdam, Utrecht, Delft en Eindhoven zouden in één nationaal ecosysteem werken en samen een wetenschappelijk zwaartepunt vormen dat in Europa tot de absolute top zou kunnen behoren.
Voor gewone mensen liggen de potentiële voordelen vooral in de dagelijkse fricties die verdwenen zouden kunnen zijn. Grensarbeiders hebben nu nog te maken met ingewikkelde belastingregels, sociale zekerheid en pensioenen die niet altijd goed op elkaar aansluiten. Gezondheidszorg over de grens vraagt aparte afspraken en soms uitzonderingen op nationale regelgeving. Benelux rapporten laten zien dat juist in grensregio’s veel tijd en energie verloren gaat aan het oplossen van administratieve barrières voor patiënten en zorgaanbieders. In één staat zouden die barrières intern rechtgetrokken kunnen worden.
Ook op vlak van mobiliteit en infrastructuur zou een fusie logica brengen. Het spoorboekje, wegennet en binnenvaart zijn nu al nauw verweven maar beslissingen worden telkens door verschillende overheden genomen met eigen budgetten, electorale prikkels en prioriteiten. Een gezamenlijk beleid zou beter kunnen kijken naar het echte gebruik van de regio. Bijvoorbeeld naar de dagelijkse stromen tussen Antwerpen en Breda of tussen Limburg en Nederlands Limburg. Voor reizigers en bedrijven maakt de grens op de kaart weinig uit maar in beleidsdocumenten doet die dat nog wel.
Toch is het verhaal niet zo simpel als twee vlaggen vervangen door één. Dat blijkt al uit de geschiedenis van het oude Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. De Belgische opstand kwam niet uit de lucht vallen maar was verbonden met diepere spanningen rond religie, taal, economische belangen en gevoel van onderrepresentatie van het Zuiden in het beleid van koning Willem. Die geschiedenis is in België nog altijd aanwezig in het collectieve geheugen en maakt veel mensen wantrouwig voor elk plan dat lijkt op ondergeschikt raken aan Den Haag.
Daarbij zijn de staatsstructuren van beide landen fundamenteel verschillend gegroeid. Nederland is een relatief gecentraliseerde eenheidsstaat met een sterke bestuurlijke cultuur rond polderen maar wel met duidelijke nationale kaders. België is een complex federale constructie met gewesten en gemeenschappen die eigen bevoegdheden hebben op onder meer cultuur, onderwijs en economie. Decennia van staatshervormingen hebben bevoegdheden steeds verder naar de deelstaten verschoven en in Vlaanderen bestaat een stevig debat over verdere autonomie of confederale modellen. Belgische Unie – Union Belge+1
Een fusie zou dus niet alleen een administratieve operatie zijn maar een volledige herschrijving van de politieke architectuur. Welke koers volgt men dan. Wordt het Nederlandse model leidend. Wordt het Belgische federale model uitgebreid naar het noorden. Of ontstaat een geheel nieuwe structuur met meerdere deelstaten, bijvoorbeeld Vlaanderen, Wallonië, Brussel, Nederland en misschien Luxemburg in een bredere configuratie. Elk scenario raakt krachtige emoties over identiteit en macht.
Cultuurverschillen spelen daarbij een grotere rol dan velen op het eerste gezicht denken. Studies en praktijkervaring met grensoverschrijdend werken laten zien dat Nederlanders en Belgen anders communiceren, anders naar hiërarchie kijken en anders omgaan met onzekerheid. Belgen ervaren Nederlanders vaak als brutaal, betweterig en te informeel, terwijl Nederlanders Belgen soms ouderwets, voorzichtig en hiërarchisch vinden. Onderzoek met het model van Geert Hofstede laat zien dat België veel hoger scoort op behoefte aan zekerheid dan Nederland. In de praktijk betekent dit dat Belgische organisaties graag duidelijke structuren en procedures zien, terwijl Nederlandse organisaties meer ruimte laten voor improvisatie en conflict als motor voor verandering.
Ook op moreel en politiek vlak verschijnen verschillen. Analyses van cultuurverschillen in staatsstructuur en economie beschrijven Nederland als een land waar grote morele principes soms nadrukkelijker op de voorgrond staan, terwijl Belgen pragmatischer met regels omgaan en meer geneigd zijn informele oplossingen te zoeken. Dat maakt samenwerking niet onmogelijk, maar vraagt wel om veel wederzijds begrip. In een verenigde staat zou men voortdurend moeten laveren tussen deze stijlen.
Voor burgers zijn er ook potentiële nadelen. Nationale symbolen, zoals de koning, de vlag, het volkslied en zelfs het nationale voetbalelftal, dragen identiteit en emotie. Een fusie zou onvermijdelijk betekenen dat één van beide tradities moet wijken of dat er nieuwe symbolen worden bedacht die voor jaren onderwerp van debat zouden zijn. Daarnaast speelt taal een bijzondere rol. Hoewel Nederlands in Vlaanderen en Nederland de dominante taal is, heeft België ook sterke Franstalige en Duitstalige gemeenschappen. Een verenigd land zou institutioneel meertalig moeten zijn, met alle gevolgen voor bestuur, media, onderwijs en rechtspraak. Elke stap daarin zou politiek gevoelig zijn.
Sociaal kan een fusie bovendien ongelijkheden versterken. De economische structuur verschilt. Waar Nederland relatief sterk is in diensten, logistiek en kennisintensieve sectoren, kent België een grotere industriële traditie en sterkere regionale verschillen tussen rijke en armere gebieden. In één staat zouden discussies over herverdeling tussen regio’s snel op scherp kunnen komen te staan. Wie betaalt voor wie. Welk deel van het nieuwe land profiteert het meest van de schaalvoordelen. Zonder zorgvuldig beleid kan dat de sociale cohesie eerder onder druk zetten dan versterken.
Op geopolitiek niveau zijn er ook risico’s. Een verenigd België en Nederland zou in de Europese Unie zwaarder wegen maar ook meer verantwoordelijkheid dragen. De druk om duidelijke posities in te nemen in gevoelige dossiers rond migratie, defensie en budget zou toenemen. Tegelijk kan het zijn dat buurlanden argwanend kijken naar een sterk blok aan de Noordzee dat grote havens, een krachtige landbouwsector en een belangrijke financiële sector bundelt. Diplomatieke finesse zou belangrijker worden dan ooit.
Kijken we naar de huidige politieke realiteit, dan lijkt een volledige fusie voorlopig ver weg. De serieuze pleidooien komen vooral uit Vlaamse hoek en sluiten aan bij bestaande stromingen zoals het Grootneerlandisme dat al langer grenzen ziet als historische toevalligheid. In Nederland is de steun veel diffuser en vaak beperkt tot opiniemakers en academische denkoefeningen. Grote partijen zijn vooral bezig met nationale thema’s en Europese dossiers, niet met een radicale hertekening van de kaart.
Wat wel zichtbaar is, is een gestage verdieping van de Benelux als proeftuin. Jaarplannen en evaluaties benadrukken dat de Benelux een van de meest geïntegreerde regio’s van Europa wil blijven en juist daar wil laten zien hoe grensoverschrijdende mobiliteit, gezamenlijke arbeidsmarktbeleid en afgestemde regelgeving kunnen werken. Premier overleg tussen de drie regeringsleiders, gezamenlijke conferenties en concrete projecten rond bijvoorbeeld erkenning van diploma’s en gezondheidszorg laten zien dat het pragmatische pad van stap voor stap integratie de voorkeur heeft boven een grote sprong naar één staat.
Voor burgers maakt het misschien minder uit of die integratie uiteindelijk een nieuw land oplevert of niet. Waar het om gaat is of de samenwerking hun leven tastbaar beter maakt. Minder bureaucratie over de grens. Betere treinverbindingen tussen steden. Meer banen doordat bedrijven in de hele regio groeien. Een gezamenlijke aanpak van klimaat, energie en veiligheid in een drukbevolkte delta die kwetsbaar is voor zeespiegelstijging. In die zin is het interessanter om te kijken naar wat een verenigd België en Nederland in de praktijk zouden doen dan naar hoe de vlag er precies uit zou zien.
De vraag of België en Nederland moeten samengaan heeft geen simpel ja of nee als antwoord. Op papier zijn de economische en geopolitieke voordelen overtuigend. Een grotere gezamenlijke markt, meer gewicht in Europa en efficiëntere inzet van infrastructuur en kennis zijn reële pluspunten. De nadelen liggen vooral in de sfeer van identiteit, staatsstructuur en cultuur. De geschiedenis waarschuwt dat een top down project zonder breed draagvlak kan uitlopen op frustratie en verzet. Tegelijk laat de huidige Benelux zien dat diepgaande samenwerking ordinaire grenzen steeds minder relevant kan maken zonder dat landen formeel hoeven te verdwijnen.
Misschien is dat uiteindelijk het meest realistische scenario voor de komende decennia. Geen spektakel van een nieuwe staatsvorming, maar een gelaagde groei van samenwerking waarin België en Nederland stap voor stap meer met elkaar vervlochten raken. Voor de buitenwereld zouden zij dan toch steeds meer optreden als één blok. Voor de inwoners zou het leven soepeler worden zonder dat zij hun eigen geschiedenis en symbolen hoeven op te geven. En wie weet. Als die praktijk lang genoeg duurt, wordt de vraag of België en Nederland samengaan op een dag meer een kwestie van constateren dan van plannen.
