De Chinese expansie in Europa is al lang geen kwestie meer van import en export. Waar vroeger containerschepen met goedkoop textiel en elektronica de toon zetten, kiezen Chinese ondernemers nu voor eigendom. Het kopen van Europese bedrijven levert niet alleen winst op, het opent ook deuren naar een afzetmarkt die groot, koopkrachtig en politiek invloedrijk is. De coronaperiode, gevolgd door een energiecrisis en stijgende rente, creëerde een perfecte storm waarin veel Europese ondernemingen kwetsbaar werden. Die kwetsbaarheid werd voor Chinese investeerders een kans.

De opmars begon zichtbaar met de overname van Volvo door Geely. Het leek een onwaarschijnlijke combinatie van Scandinavische veiligheid en Chinese durf. Toch werkte het. Volvo behield zijn Europese identiteit, maar kreeg de financiële slagkracht om door te ontwikkelen. Achter de schermen leerde China hoe je een Europees merk kunt laten groeien zonder het in een Chinese mal te duwen. Het was het begin van een patroon dat zich herhaalde bij andere bedrijven.

ChemChina kocht Pirelli en kreeg daarmee niet alleen banden, maar ook een reputatie in handen. De Italiaanse trots werd een vehikel voor Chinese technologie en wereldwijde zichtbaarheid. Bij Kuka, de Duitse robotica trots, ging het niet alleen om geld maar om kennis. Toen Midea het bedrijf overnam, schrokken Europese politici wakker. Voor het eerst werd duidelijk dat niet elke investering onschuldig was. Sindsdien werden regels aangescherpt en toetsen zwaarder.

Ook Gorenje in Slovenië en Club Med in Frankrijk kregen Chinese eigenaars. Hisense maakte van Gorenje een toegangspoort tot Europese huiskamers. Fosun gebruikte Club Med om Chinese toeristen richting Europa te sturen en Europese vakantiegangers naar Chinese resorts te lokken. Het is een uitwisseling die klinkt als globalisering, maar in de praktijk vooral Chinese controle vergroot.

In de logistiek is het beeld nog complexer. Cosco, een staatsbedrijf, kocht belangen in havens van Athene tot Hamburg. Het gaat vaak om minderheidsdeelnemingen, maar wel met toegang tot data, goederenstromen en beslissingen. Voor Europa betekent dat efficiëntie en investeringen, maar ook strategische afhankelijkheid. Wie havens beheert, beheerst de poort tot de markt.

De volgende golf is technologisch en groen. Chinese batterijfabrikanten zoals CATL en BYD bouwen fabrieken in Hongarije en Duitsland. Ze leveren aan Europese autofabrikanten en verkopen tegelijk hun eigen elektrische auto’s. Zo ontstaat een dubbele afhankelijkheid. Europa heeft de Chinese technologie nodig voor de klimaatdoelen, terwijl Chinese bedrijven Europese consumenten direct bereiken.

Europa reageert nu met screeningmechanismen, heffingen en strikte voorwaarden. De overname van de Britse chipfabriek Newport Wafer Fab door Nexperia werd verboden. In Duitsland werd de Cosco investering in Hamburg beperkt tot een klein belang. Toch blijft het balanceren. Enerzijds is Europa afhankelijk van kapitaal, anderzijds groeit de angst voor verlies van zeggenschap.

Voor China is deze strategie pure logica. De binnenlandse markt raakt verzadigd en de vastgoedsector wankelt. Europese overnames brengen stabiliteit, harde valuta en toegang tot kennis. Tegelijk positioneren Chinese bedrijven zich als wereldspelers die niet langer kopiëren, maar creëren.

De gevolgen voor Europa zijn dubbel. Banen blijven behouden of ontstaan zelfs, maar besluitvorming verschuift. Strategische sectoren komen in buitenlandse handen en politieke invloed groeit. Dat leidt tot discussies over nationale veiligheid, data, technologie en energie. De Europese Commissie onderzoekt daarom intensiever welke investeringen risico’s vormen en waar grenzen moeten worden getrokken.

De Chinese investeringsgolf leert Europa een harde les. Vrije handel is geen vanzelfsprekendheid meer. Eigendom is macht, en wie de poorten bezit, bepaalt de stroom. Chinese ondernemers begrijpen dat tot in detail. Zij bouwen niet alleen fabrieken, maar ook ecosystemen van merken, logistiek en distributie. Europa kan kiezen. Of het blijft toekijken hoe kapitaal de markt binnendringt, of het leert investeren in zichzelf met dezelfde langetermijnvisie.

De toekomst van deze economische dans hangt af van wederzijds vertrouwen en verstandige regels. Als Europa grenzen stelt zonder muren te bouwen en China investeert met transparantie en respect voor lokale belangen, kan er een nieuw evenwicht ontstaan. Maar zolang strategische technologie, infrastructuur en merkinvloed de inzet zijn, blijft elke overname een politieke keuze.

Europa is open, maar niet naïef. China is ambitieus, maar niet onvoorzichtig. Tussen die twee waarheden ligt de markt van morgen.

,