In de Nederlandse politieke geschiedenis is geen moment zo bepalend geweest als de moord op Pim Fortuyn in mei 2002. Zijn dood beroofde Nederland niet alleen van een politicus die nuance bracht in een fel debat, maar luidde ook het begin in van een politieke verschuiving die tot vandaag doorwerkt. Volkert van der Graaf dacht met zijn daad een gevaarlijke populist te stoppen, maar bereikte het tegenovergestelde. In plaats van een einde te maken aan een bedreiging voor de democratie, maakte hij ruimte voor een nieuwe generatie politici die veel harder en ongenuanceerder het publieke debat zijn gaan domineren. De ironie is dat zijn aanslag de ondergang van links inluidde en rechts de kans gaf de agenda voor decennia te bepalen.

Pim Fortuyn was een buitenstaander in de politiek maar geen simpele demagoog. Hij was hoogleraar, columnist en schrijver en wist academische inzichten te vertalen naar de taal van gewone burgers. Zijn kritiek op de multiculturele samenleving, de islam en de verstikkende bureaucratie raakte precies de snaar bij mensen die zich niet meer vertegenwoordigd voelden. Maar anders dan vaak wordt aangenomen, ging zijn kritiek niet gepaard met haat tegen bevolkingsgroepen. Fortuyn sprak over problemen in de samenleving zonder mensen tot zondebok te maken. Hij zag bijvoorbeeld Marokkanen niet als een vijand maar als een Nederlands probleem dat opgelost moest worden binnen de gezamenlijke kaders van de samenleving. Zijn woorden waren fel maar zijn analyse was scherp en intellectueel. Hij wist een brug te slaan tussen ongenoegen en verantwoordelijkheid.

Juist in die nuance schuilt het verschil met de manier waarop zijn opvolgers zijn thema’s hebben overgenomen. Na zijn dood ontstond een vacuüm dat rechts snel invulde, maar vaak zonder de intellectuele en sociale verfijning die Fortuyn kenmerkte. De Partij voor de Vrijheid van Geert Wilders reduceerde zijn thema’s tot harde slogans. Waar Fortuyn sprak over integratieproblemen en culturele spanningen, koos Wilders voor absolute tegenstellingen waarin bevolkingsgroepen als bedreiging werden neergezet. Zijn uitspraak over minder Marokkanen is het bekendste voorbeeld van hoe de toon veranderde. Thierry Baudet met Forum voor Democratie claimde later de rol van intellectueel erfgenaam maar gleed af in complottheorieën en radicalisering. In plaats van analyse kwam er retoriek, in plaats van verbinding vooral polarisatie.

Voor links betekende dit een rampzalige ontwikkeling. De PvdA, GroenLinks en andere partijen hadden zich jarenlang in een comfortabele positie geweten waarin zij de morele toon konden zetten. Fortuyn dwong hen hun vanzelfsprekendheid ter discussie te stellen. Hij maakte zichtbaar dat grote groepen Nederlanders zich niet gehoord voelden en dat de politiek daar geen antwoord op had. Zijn dood maakte dat links niet gedwongen werd om te vernieuwen of zich aan te passen. In plaats daarvan konden rechtse partijen de ruimte volledig claimen en hun eigen versie van Fortuyns boodschap verkondigen, zonder dat iemand hen nog in balans hield. Links verloor geloofwaardigheid en raakte steeds meer in een isolement waarin morele verontwaardiging de plaats innam van politiek leiderschap.

De moord van Van der Graaf was in die zin een historische vergissing van ongekende omvang. Hij geloofde dat hij de democratie verdedigde tegen iemand die gevaarlijk was voor minderheden en de rechtsstaat. Maar door Fortuyn uit te schakelen zorgde hij ervoor dat de thema’s die Fortuyn had aangesneden werden overgelaten aan partijen die minder oog hadden voor nuance en meer voor polarisatie. Wat hij dacht te stoppen, werd daardoor juist versneld. In de jaren na Fortuyn werd het politieke landschap blijvend naar rechts getrokken en verloor links de aansluiting met grote delen van de bevolking.

Vandaag, meer dan twintig jaar later, zien we de uitwerking van die gebeurtenis nog steeds terug in de verkiezingsuitslagen. In 2025 is links historisch zwak. De PvdA en GroenLinks proberen wel samen te werken maar slagen er nauwelijks in om buiten de grote steden kiezers aan zich te binden. De kiezers die ooit teleurgesteld hun hoop vestigden op Fortuyn zijn grotendeels verankerd geraakt bij rechts-populistische partijen. Het politieke midden verliest grip en rechts heeft zich stevig genesteld als bepalende kracht. Het gat dat Fortuyn openbrak is nog altijd niet gedicht, maar wel gevuld door partijen die zijn thema’s ongenuanceerd uitbuiten.

De vraag blijft hoe Nederland eruit had gezien als Fortuyn had mogen doorgaan. Misschien was hij als politicus alsnog gestruikeld over de weerbarstigheid van het bestuur. Misschien had de LPF ten onder gegaan aan interne verdeeldheid ook mét zijn leiding. Maar het is aannemelijk dat zijn intellect, zijn charisma en zijn vermogen om ongenoegen te vertalen naar constructieve kritiek het politieke debat minder simplistisch hadden gehouden. Fortuyn was fel maar ook een man van ideeën en van analyse. Hij was in staat om scherpe kritiek te combineren met de oproep om samen verantwoordelijkheid te dragen. Die combinatie is na zijn dood grotendeels verdwenen uit de Nederlandse politiek.

Wat rest is een landschap waarin rechts harder en ongenuanceerder is geworden en links verlamd en zoekend achterblijft. De moord op Fortuyn sloot de deur naar een volwassen debat waarin scherpe kritiek en nuance hand in hand konden gaan. Volkert van der Graaf dacht het gevaar te stoppen maar maakte het groter. Hij opende de deur naar een tijdperk waarin het politieke gesprek over migratie, integratie en identiteit steeds meer wordt gedomineerd door harde tegenstellingen en minder door de zoektocht naar gemeenschappelijkheid.

De erfenis van Fortuyn is daarmee dubbel. Enerzijds is hij de man die een politieke aardverschuiving ontketende door thema’s bespreekbaar te maken die lang waren weggestopt. Anderzijds is hij ook de man wiens dood een tragedie inluidde waardoor de nuance verdween en de ruimte voor links structureel werd verkleind. Het is de ironie van de geschiedenis dat een politieke moord die bedoeld was om een gevaar te voorkomen, juist de voedingsbodem legde voor een tijdperk waarin rechts de toon zet en links structureel verzwakt is.