Er ontstaat een nieuw geluid in de samenleving dat zich niet thuis voelt bij de extreme reflexen van links of rechts. Aan de ene kant is er de linkse neiging om een eeuwig schuldgevoel op te leggen over kolonialisme, slavernij of klimaat. Aan de andere kant is er de rechtse reflex om migranten en minderheden als zondebok aan te wijzen voor alles wat misgaat. Tussen die uitersten groeit een behoefte aan eerlijkheid en realisme. Een midden geluid dat verantwoordelijkheid wil nemen, maar zonder morele dwang en zonder simplistische vijandbeelden.
Dat sentiment is niet alleen theoretisch, het komt tot uitdrukking in hoe mensen stemmen en reageren op maatschappelijke veranderingen. In Oostenrijk haalde de FPÖ een recordresultaat onder jongeren en middeninkomens. Niet omdat deze kiezers plots massaal extreem rechts zijn geworden, maar omdat ze zich niet meer herkennen in partijen die ofwel alleen maar schuldgevoel verkondigen ofwel alle problemen neerleggen bij migranten. De aantrekkingskracht zat in de erkenning dat de kosten van wonen en leven drukken, dat migratie spanningen oproept, maar ook dat migratie door vergrijzing en arbeidstekorten onvermijdelijk is.
Dit nieuwe midden geluid erkent dat het Westen zelf voorwaarden heeft geschapen die migratie noodzakelijk maken. Door decennia van lage geboortecijfers en vergrijzing zijn er simpelweg te weinig jonge mensen om de economie en de verzorgingsstaat draaiende te houden. Migranten zijn dus niet alleen een morele plicht, ze zijn ook een economische noodzaak. Tegelijk gaat integratie niet vanzelf. Het vergt generaties om nieuwkomers volledig onderdeel te laten worden van een samenleving die op veel vlakken honderden jaren sneller ontwikkeld is. Die spanning wordt vaak ontkend door links en misbruikt door rechts. Het midden kan die spanning wel onder ogen zien zonder te vervallen in schuld of verwijt.
We zien dit geluid ook terug in de houding tegenover zogenoemde woke kwesties. Steeds meer mensen vinden dat de permanente nadruk op identiteit en taal te ver doorschiet. Het herhalen van privileges en schuld als leidraad in elk debat wekt vermoeidheid. Maar dat betekent niet dat men terug wil naar ontkenning van ongelijkheid. Het betekent dat er behoefte is aan een realistischer benadering waarin gedeelde waarden, wederkerigheid en praktische oplossingen centraal staan.
De kracht van dit midden geluid is dat het ruimte laat voor kritiek zonder in hysterie te vervallen. Palestijnen kunnen slachtoffer zijn maar ook dader, moslims kunnen net zo goed conservatief en rechts zijn als christenen, en het Westen kan verantwoordelijkheid dragen voor fouten uit het verleden zonder zichzelf eindeloos te geselen. Het gaat niet om de illusie dat de samenleving kneedbaar is tot een foutloos geheel, maar om de erkenning dat mensen verschillen en samen moeten leren leven.
Dat dit geluid nog niet altijd zichtbaar is komt doordat media en sociale platforms de extremen belonen. Schreeuwende verhalen leveren meer aandacht op dan genuanceerde beschouwingen. Toch wijzen onderzoeken in zowel Europa als de Verenigde Staten keer op keer uit dat de meerderheid zich niet identificeert met uitersten. Het midden is er, maar zijn stem wordt overstemd door de logica van algoritmes en de verslaving van de politiek aan verontwaardiging.
De vraag is hoe dit midden zich kan organiseren en zijn geloofwaardigheid kan terugpakken. Niet door zich te verschuilen of door alles goed te praten, maar door het gesprek terug te brengen naar waar het werkelijk om gaat. Eerlijke erkenning van problemen, duidelijke verantwoordelijkheid voor oplossingen en bovenal een afwijzing van het idee dat schuld of verwijt de basis van samenleven moeten zijn.
De opkomst van partijen die dit sentiment weten te raken, zoals in Oostenrijk, laat zien dat de behoefte groot is. De stille meerderheid zoekt geen nieuwe vijand en geen nieuwe schuld maar een volwassen manier van politiek bedrijven. Minder spectaculair, maar misschien wel de enige weg vooruit.
