Femke Halsema staat bekend als een bestuurder die vasthoudt aan idealen die in theorie bewonderenswaardig zijn. Zij benadrukt dat mensen niet beoordeeld moeten worden op hun religie maar op hun normen en waarden. Het is een gedachte die mooi klinkt in een samenleving waar iedereen dezelfde uitgangspunten deelt en waar respect en gelijkwaardigheid vanzelfsprekend zijn. Het probleem is dat dit niet de werkelijkheid is in een stad als Amsterdam.
Amsterdam is een van de diverste steden van Europa en migratie heeft de stad gevormd tot wat ze nu is. Tegelijkertijd laten cijfers zien dat de gevolgen van migratie niet alleen positief zijn. Uit onderzoeken van het WODC en de politie blijkt dat jongeren met een migratieachtergrond onevenredig vaak voorkomen in statistieken van geweldsmisdrijven en zware criminaliteit. Waar migranten ongeveer veertien procent van de bevolking vormen, worden ze verantwoordelijk gehouden voor een veel groter aandeel in zaken als overvallen, verkrachtingen en moorden. Dit is geen pleidooi tegen migratie an sich maar een ongemakkelijke realiteit die vaak onder tafel wordt geveegd.
De keuze van Halsema om vast te houden aan een ideaal dat meer past bij een academisch debat dan bij de harde realiteit van de straat is gevaarlijk. Zij gaat er impliciet van uit dat iedereen dezelfde waarden zal omarmen zodra men deel uitmaakt van de stad. In de praktijk werken culturele patronen en tribale structuren vaak veel sterker dan de veronderstelde universele normen van de westerse democratie. Sociologen als Ruud Koopmans hebben uitgebreid onderzoek gedaan naar integratie en kwamen tot de conclusie dat groepen migranten vaak vasthouden aan traditionele of zelfs patriarchale waarden, die in directe spanning staan met gelijkheid en vrijheid zoals die in Nederland worden begrepen.
De metafoor van het paard van Troje dringt zich op. Amsterdam heeft decennialang migranten verwelkomd vanuit een geloof in vooruitgang en verdraagzaamheid. Het gevolg is dat er ook groepen zijn binnengehaald die de fundamenten van de samenleving juist uithollen. Deze ontwikkeling hoeft niet te leiden tot directe ineenstorting, maar kan op termijn onomkeerbare schade veroorzaken. De geschiedenis van Rome leert dat samenlevingen niet enkel van buitenaf vallen, maar ook van binnenuit verzwakken door idealen die botsen met de menselijke realiteit.
Naïviteit is een luxe die een bestuurder zich niet kan veroorloven. Besturen vraagt om een scherpe blik op cijfers, feiten en menselijke drijfveren. Wie zich vastklampt aan een ideaalbeeld dat losstaat van de werkelijkheid, kan eindigen als een leider die bewonderd wordt om haar morele standvastigheid, maar uiteindelijk herinnerd zal worden als degene die de fundamenten van haar stad liet afbrokkelen.
