Er zijn momenten in de moderne geschiedenis waarop een klein land een mondiale discussie volledig ontregelt omdat het niet langer spreekt in hypothetische toekomstvisies maar in meetbare resultaten die worden geboekt in het heden. Uruguay is zo een land geworden dat de wereld verrast heeft met een energietransitie die bijna niemand voor mogelijk hield. De naam die steeds terugkeert wanneer je vraagt hoe een natie zonder enorme budgetten of technologische privileges bijna volledig kon overstappen op hernieuwbare elektriciteit is die van Ramón Méndez Galain. Veel rechtse commentatoren blijven herhalen dat een moderne economie niet kan draaien op groene energie en dat de transitie onvermijdelijk zou vastlopen op kosten of instabiliteit. Uruguay laat zien dat dit simpelweg niet klopt. De feiten zijn niet politiek gekleurd en niet ideologisch in te kaderen. Ze zijn bijna gênant nuchter. Uruguay wekt tegenwoordig vrijwel al zijn elektriciteit op met hernieuwbare bronnen, sommige jaren zelfs meer dan negenennegentig procent, en dat lukt hen al geruime tijd. Terwijl grote economieën blijven praten en verslag doen van moeizame compromissen, heeft Uruguay zijn energiemodel in stilte herschreven en een nieuwe standaard gezet die niemand meer geloofwaardig kan afdoen als naïeve idealen.
Dit verhaal begint niet in een laboratorium of in een gezelschap van beleidsdromers maar bij een natuurkundige met een uitzonderlijk talent om wetenschap, politiek en pragmatiek met elkaar te verbinden. Ramón Méndez Galain was in de jaren negentig en twee duizend bekend als een wetenschapper die geloofde in radicale maar realistische verandering. Hij keek niet alleen naar modellen maar naar de structurele zwaktes van Uruguay. Het land was sterk afhankelijk van geïmporteerde olie, had regelmatig te maken met energiecrisissen en leed onder prijsfluctuaties die de economie verstoorden. In een tijd waarin veel regeringen vasthielden aan traditionele infrastructuren, durfde Méndez Galain te beweren dat een klein land zonder fossiele rijkdom juist voordeel kon halen uit een strategische ommezwaai naar wind, zon, hydro en biomassa. Hij werd later de nationale energie directeur en kreeg de kans om deze visie te vertalen naar beleid, wetgeving en investeringen. Daarmee ontstond de kern van de Uruguayaanse energierevolutie.
Wat Uruguay onderscheidde van veel andere landen was dat deze transitie niet gebaseerd was op religieus fundamentalisme rondom duurzaamheid of op angst voor klimaatrapporten, maar op pure rationaliteit. De afhankelijkheid van geïmporteerde fossiele brandstoffen was een strategisch risico en die afhankelijkheid doorbreken betekende economische veerkracht creëren. Zo ontstond een breed gedragen consensus in de Uruguayaanse politiek die opvallend stabiel bleef ondanks wisselende regeringen. Van links tot centrumrechts groeide het besef dat energiezekerheid de basis vormt voor nationale stabiliteit. Deze consensus werd in beleidsplannen vastgelegd die niet gericht waren op kleine verbeteringen maar op structurele transformatie. Uruguay begon met het openen van de markt voor private investeringen in windparken, introduceerde lange termijn contracten met vaste tarieven zodat investeerders zekerheid hadden en bouwde een regelgevend kader dat innovatie stimuleerde in plaats van verstikte. De overheid gaf niet de indruk dat groene energie een hobby was. Het was een economisch project dat gedragen werd door harde belangen.
Om te begrijpen waarom dit zo effectief werkte, moet je de rol van Méndez Galain beschouwen als die van een brug tussen wetenschappelijke kennis en politieke besluitvorming. Hij kon uitleggen hoe verschillende technologieën elkaar konden aanvullen en hoe windenergie niet een extraatje was maar een fundamentele bouwsteen voor het elektriciteitsnet. Uruguay heeft een geografische ligging die bijzonder gunstig is voor wind, maar zonder visie zou dat voordeel nooit benut zijn. Onder zijn leiding werd het netwerk gestabiliseerd met een mix van hydrocentrales, biomassacentrales en later ook zonneparken die ieder een specifiek deel van de energievraag konden opvangen. Uruguay ontwikkelde zich tot een van de meest efficiënte energie markten ter wereld en dat in een tijdsbestek dat sceptici onmogelijk achtten.
Wat deze strategie zo opvallend maakt, is dat Uruguay niet rijker werd van fossiele export of grote staatsfondsen maar juist door de kosten te verlagen die eerder werden veroorzaakt door importafhankelijkheid. Het land werd minder kwetsbaar voor internationale schokken en investeerde tegelijkertijd in lokale werkgelegenheid en technologische ontwikkeling. Dit ontkracht een van de meest gebruikte argumenten van rechtse critici die blijven beweren dat groene energie onvermijdelijk leidt tot economische instabiliteit of afhankelijkheid van subsidies. Uruguay liet zien dat het tegenovergestelde waar kan zijn. Het land reduceerde de kosten voor energie op de lange termijn, stabiliseerde de prijzen voor burgers en bedrijven en creëerde een voorspelbaar investeringsklimaat. Veel landen die twijfelen aan de haalbaarheid van de energietransitie zijn simpelweg verstrikt geraakt in politieke strijd of in belangen die voortkomen uit fossiele sectoren die hun macht proberen te behouden. Uruguay toont dat je zonder die ballast veel sneller kunt bewegen.
De resultaten zijn opmerkelijk. Eén van de grootste misvattingen in het wereldwijde debat over groene energie is dat het elektriciteitsnet instabiel zou worden wanneer je het laat draaien op wind en zon. Uruguay bewijst het tegendeel. Het netwerk is stabieler dan ooit en exporteert zelfs energie naar buurlanden wanneer de productie hoog ligt. Wind levert tegenwoordig een aanzienlijk deel van de totale elektriciteit en wordt ondersteund door hydro als buffer in perioden van lagere productie. Biomassa vult structurele gaten op en zonne energie groeit gestaag mee. Deze combinatie maakt het systeem flexibel en veerkrachtig. De bewering dat groene energie niet betrouwbaar genoeg zou zijn, wordt door de Uruguayaanse realiteit volledig ontkracht. Het land draait er al jaren op en doet dat zonder grote blackouts of instabiliteit.
Het succes roept onvermijdelijk de vraag op waarom andere landen het niet kunnen of willen. Het antwoord is minder technisch en vooral politiek van aard. Uruguay bood een casus waarin verschillende politieke stromingen hun ideologische verschillen tijdelijk ondergeschikt maakten aan een gedeeld nationaal belang. Dit staat in schril contrast met veel westerse landen waar de energietransitie in een cultuurstrijd is veranderd. Rechts roept dat het onmogelijk is en dat de kosten te hoog zijn, terwijl links soms te idealistisch communiceert en te weinig oog heeft voor economische logica. Uruguay bewandelde een derde pad. Het zag groene energie niet als symbool van morele superioriteit maar als rationele keuze om minder afhankelijk te zijn van buitenlandse olie en gas. Daardoor kon het publieke debat veel rustiger verlopen en kwam er ruimte voor langdurig beleid dat niet bij elke verkiezing opnieuw werd aangevallen.
Het is niet overdreven om te zeggen dat Ramón Méndez Galain een van de belangrijkste architecten is van deze transformatie. Zijn vermogen om complexe systemen begrijpelijk te maken en politieke weerstand te neutraliseren door nuchter te blijven, maakte hem tot een zeldzame figuur in een tijd waarin veel landen worstelen met technologische verandering. Zijn nalatenschap is groter dan Uruguay alleen. Het is een bewijs dat wetenschappelijke integriteit in combinatie met pragmatisch bestuur daadwerkelijk het verschil kan maken. Terwijl in andere landen het debat vaak verzandt in abstracte angstbeelden over kosten of vermeende onhaalbaarheid, laat Uruguay zien dat deze argumenten vooral gebruikt worden door mensen die geen belang hebben bij verandering of die vasthouden aan oude economische modellen.
De wereldwijde implicaties worden steeds duidelijker. Uruguay vormt een precedent dat conservatieve stemmen moeilijk kunnen negeren. Wanneer een land met beperkte middelen een elektriciteitssector kan ombouwen tot een bijna volledig hernieuwbaar systeem, verdampt het narratief dat groene energie alleen haalbaar is voor rijke naties met diepe zakken. Uruguay vertelt een ander verhaal, namelijk dat visie, planning en politieke stabiliteit belangrijker zijn dan omvang of rijkdom. Dit is een ongemakkelijke conclusie voor partijen die volhouden dat de energietransitie onbetaalbaar of onrealistisch zou zijn. Uruguay toont aan dat de grootste obstakels geen technologische uitdagingen zijn maar ideologische blokkades en gevestigde belangen.
De case van Uruguay wordt ook steeds vaker gebruikt als referentie in internationale rapporten over haalbaarheid van de energietransitie. Niet omdat het land een utopie heeft gecreëerd maar omdat het heeft aangetoond dat zelfs in complexe omstandigheden een snel en efficiënt transformatieproces mogelijk is. Het is ironisch dat veel westerse commentatoren die het debat domineren vaak nauwelijks kennis hebben genomen van de manier waarop Uruguay dit heeft gedaan. Het is nog ironischer dat dezelfde commentatoren vaak betogen dat ontwikkelingslanden achterop blijven in duurzaamheid terwijl Uruguay hun retoriek al tien jaar geleden heeft ontkracht. De focus op angst en twijfel werkt vooral verlammend in landen die zich geen achterstand kunnen veroorloven. Uruguay laat zien dat juist kleine naties de potentie hebben om de wereld te verrassen.
In de komende jaren zal Uruguay blijven dienen als voorbeeld van wat mogelijk is wanneer wetenschap, politiek en rationele economie elkaar versterken. De energietransitie is wereldwijd nog lang niet voltooid maar één ding staat vast. Uruguay heeft de lat hoger gelegd en biedt een antwoord op de vraag of groene energie werkelijk kan functioneren op grote schaal. Het antwoord is overduidelijk. Ja, het kan. Het wordt al gedaan. En het begon met de visie van Ramón Méndez Galain, een natuurkundige die weigerde te geloven dat de toekomst bepaald moet worden door angst of door belangen die niet langer passen bij de werkelijkheid. Uruguay heeft de wereld laten zien dat de toekomst niet wordt geschreven door de luidste stemmen maar door landen die durven te handelen.
